De coronacrisis leent zich voor bezinning. Onze vaste patronen worden goed door elkaar geschud, waardoor we de kans hebben om ze straks opnieuw te ordenen. Het woord crisis komt uit het oud-Grieks; krinein betekent onderscheiden of beslissen. Laten we deze tijd dan ook gebruiken om onze patronen te onderscheiden en beslissen wat er anders moet.

Niet alle mensen hebben de luxe om hun tijd in te zetten voor maatschappijkritiek. Er is een andere groep mensen die nu harder moet werken dan ooit tevoren om ons land draaiende moet houden. Zij zorgen ervoor dat ons land zich zo goed mogelijk door deze epidemie heen kan slaan. Zij zijn de steunpilaren van onze samenleving. Zij zijn de dokters, verplegers, onderwijzers, kassières, schoonmakers, kinderopvangers. Zij zijn, om in overheidstermen te spreken, de cruciale beroepsgroepen die voor de vitale processen zorgen. Ironisch genoeg zijn zij ook de beroepsgroepen die chronisch onderbetaald worden omdat het kabinet ze kapot heeft bezuinigd. En zij zijn voor het grootste deel vrouwen.

3,2 miljoen werkenden vormen samen de groep mensen met cruciale beroepen. Daarvan zijn 2 miljoen vrouw. Vooral de zorg- en onderwijssector bestaan voornamelijk uit vrouwen. 87 procent van alle verpleegkundigen zijn verpleegsters. 80 procent van de leerkrachten op de basisschool is juf. Ook kassamedewerksters, kinderopvangleidsters en artsen zijn voor het overgrote deel vrouw.

De lonen in deze sectoren liggen systematisch laag, en kabinet bezuinigde nog eens 1,9 miljard euro op de zorg. Er zijn boeken vol te schrijven over de vraag of dat komt doordat het grotendeels vrouwelijke sectoren zijn. Ondanks dat de oorzaak complex is zijn de feiten vrij simpel: vitale beroepen zijn vooral vrouwelijke beroepen én vitale beroepen worden onderbetaald. Al deze vrouwen (en die paar mannen) verdienen te weinig als we het afzetten tegenover het belang van hun werk.

Normaal gesproken schat je mensen pas op waarde als je ze moet missen. Pas wanneer NS-conducteurs gaan staken heb je door dat we niet zonder kunnen. Stel dat alle verplegers zouden gaan staken. Dan zitten we met flink gebakken, wat zeg ik, aangebrande peren. Verplegers zouden niet zo snel staken, omdat ze van hun werk houden. Helaas zijn stakingen of in ieder geval sterke lobby’s bij de overheid wel nodig als je betere arbeidsomstandigheden verlangt. Wie niet zeurt wordt overgeslagen. Wie zingevend en vitaal werk doet krijgt minder erkenning en minder geld. Huh?

Laten we onderscheiden en beslissen. Laten we blijven klappen voor de zorg, tijdens maar ook na de crisis. Laten we inzien dat het vooral vrouwen zijn die ons land nu dragen. Laten we de mensen met vitale beroepen belonen. Niet alleen met erkenning maar ook met geld. Zij verdienen het.