Op weg naar de top: Avin Ghedri (23)

Tussen de studerende studenten, het gedreun van de bouw van de nieuw tramlijn en het getoeter van de U-OV bussen, ontmoet ik Avin Ghedri, prachtig in het rood, aangezien ze net een training voor UUMUN heeft gehad. Voor als je het nog niet aan de inleiding had afgeleid, we staan op de Uithof. Als vijfdejaars geneeskundestudent heeft ze hier veel uren doorgebracht. Samen lopen we naar een picknicktafel tegenover de ‘Spar’ en beginnen we ons gesprek. Sommigen kennen Avin al, maar voor diegene die haar niet kennen hier een korte inleiding:

Wie is Avin Ghedri?

Avin Ghedri is 23 jaar en zit nu in haar vijfde jaar van geneeskunde. Later wil ze graag gynaecoloog, oncoloog of huisarts worden. Ze is er nog niet helemaal over uit. Buiten haar coschappen houdt ze heel erg van lekker koken. Haar ‘signature dishes’ zijn pompoensoep en appelcake. Op 20 september heeft zij de ECHO Award in ontvangst mogen nemen. De ECHO Award is een stimuleringsprijs voor studenten met een niet-westerse achtergrond die zich inzetten voor het inclusief denken binnen het onderwijs.

Waarom denk je dat je bent genomineerd voor de ECHO Award?

“Toen ik solliciteerde voor de vereniging Apollo, vroeg de vice-decaan Berent Prakken mij of ik harder moest werken dan een blond meisje met blauwe ogen uit Zeist. Ik antwoorde dat ik het idee had dat wel nodig was. Ik voegde daaraan toe dat ik dat niet zelf heb bedacht, maar dat mensen in mijn omgeving dit tegen mij hebben gezegd. Ik heb altijd voor mijn gevoel heel hard gewerkt en datgene bereikt wat ik wilde bereiken. Berent Prakken heeft mij daarna gevraagd plaats te nemen in de Werkgroep Diversiteit en Inclusie. Ik heb binnen deze werkgroep meegedacht over het diversiteitsbeleid. Naast mijn bachelor heb ik tijdens maatschappijleer op middelbare scholen lessen gegeven. Deze zogeheten ‘Peacetest-lessen’, die we organiseerden vanuit de IFMSA, worden gegeven om scholieren te informeren over de problematiek in het Midden-Oosten. Ik heb ook dagen in het AZC georganiseerd voor vluchtelingenkinderen. In mijn vrije tijd schrijf ik een blog op de website van Arts in Spé (de studentenversie van het vakblad Medische Contact), onder andere over mijn coschap-ervaringen. Op deze blog probeer ik ook gevallen bespreekbaar te maken, waar mijn achtergrond betrokken wordt. Zo ben ik bijvoorbeeld tijdens mijn coschappen twee keer aangesproken op een zeer racistische toon.”

Wat zijn de zaken die je opvallen tijdens je coschappen?

“Ik heb onder andere gezien dat patiënten met een buitenlandse achtergrond soms slechte zorg kregen. Dit gebeurde niet uit onwil, maar er werd gewoon niet over nagedacht. Er werd bijvoorbeeld geen moeite genomen om een vertaler te regelen. Mensen worden dan naar een verpleeghuis gestuurd, maar er is niemand die de patiënt het goed kan uitleggen. Er werd bijvoorbeeld geen moeite genomen om een tolk te regelen, waardoor mensen op een afdeling zitten en naar huis worden gestuurd. Dan worden ze bijvoorbeeld ontslagen en gaan naar een verpleeghuis, maar niemand kan het die patiënt goed uitleggen. Ze zeggen alleen bijvoorbeeld: “Je gaat vandaag naar huis.” Ik vind dat slechte zorg.  Naast deze logistieke dingen, blijven natuurlijk de vooroordelen over patiënten met een buitenlandse achtergrond. Mensen denken bijvoorbeeld vaak: “Oh, die zou wel antibiotica willen” of “Oh, ze zullen vast geen organen afstaan.””

De ECHO Award gaat niet alleen over hoe je inzet voor diversiteit en inclusie. Het gaat ook om het persoonlijke verhaal en de obstakels die je hebt overwonnen. Wat is jouw grootste obstakel geweest?

“Mijn grootste obstakel is de negen jaar dat ik in een AZC heb gewoond. Ik werd tijdens die periode continu geconfronteerd met het feit dat ik hier niet thuis hoorde of dat ik buitenlander was. Dit gevoel werd bevestigd door politici die op de televisie nare dingen zeiden. Ik voelde veel verdriet hierdoor. In een AZC stond het leven stil voor mij en mijn familie. Je bent heel erg beperkt in je doen en dat was ook heel moeilijk. Wij kregen een verblijfsvergunning toen ik 12 was. Toen ging ik naar de middelbare school en wist ik dat ik geneeskunde wilde studeren. Om deze droom waar te maken wilde ik voor mijzelf cum laude slagen. Toen ik ging studeren vond ik het lastig om het studentenleven te combineren met mijn eigen cultuur en identiteit.  Uitgaan, op kamers gaan of een bestuursjaar doen lijken voor andere mensen relatief kleine beslissingen, maar ik vond dit toch moeilijk. Je wilt jezelf ontwikkelen, maar soms past die gewilde ontwikkeling niet met de waarden en normen waarmee je bent opgevoed. Ik heb compromissen gesloten met mijn ouders en het is allemaal goed gekomen. Bovendien heb ik mijn boosheid over bepaalde zaken omgezet in positiviteit en uiteindelijk heb ik de studie van mijn dromen kunnen doen.”

Wie zou je de ECHO Award geven in je omgeving en waarom?

“Ik vind dit een lastige vraag. Belangrijk bij de ECHO Award is dus dat het gaat om een student met een niet-westerse achtergrond. Ik zou de award geven aan dr. Doa Shaikhani. Zij is een net afgestudeerde geneeskundestudent van Irakese afkomst en heeft heel veel geblogd tijdens haar coschappen. Haar blogs zijn ook heel populair waardoor ze een enorm platform heeft opgebouwd. Op haar blog deelt ze haar ervaringen en brengt ze deze in verband met haar achtergrond en de discriminatie die ze daardoor meemaakt. Ik vind het ontzettend indrukwekkend hoe zij met niets met deze blog is begonnen en uiteindelijk een enorm netwerk heeft kunnen opbouwen. Zij is slim, zelfverzekerd en heeft ontzettend veel impact. Ik vind haar echt een powervrouw.”

Wat is je belangrijkste levensles?

Mijn belangrijkste levensles kan zich het best uitdrukken middels een quote: “What if I fall? Oh but my darling, what if you fly?” Wat ik hiermee wil zeggen, is dat je nooit bang moet zijn dat je iets niet kan; proberen is het altijd waard en het kan je tot super leuke dingen brengen.”

Wie is je grootste voorbeeld?

“Sowieso mijn ouders. Mijn ouders waren allebei afgestudeerd arts in Irak. Mijn moeder was 29 en vader 36 toen ze in 1998 naar Nederland kwamen met twee super jonge kinderen. Toen kwam ook nog mijn broertje in 2000. Onder invloed van de stress van een asielprocedure, hebben ze de taal geleerd. Ze hebben alles gedaan om de taal te leren. Ze hebben taalcursussen gevolgd, cassettebanden geluisterd en het journaal gekeken.  Ze hebben opnieuw een artsendiploma gehaald. Daarnaast hebben ze al die negen jaren in het AZC ons een solide opvoeding gegeven. Wij hebben altijd op dezelfde basisschool gezeten, terwijl we in verschillende AZC’s zaten. Als de dag van gister kan ik mij herinneren dat wij elke maandagochtend 1,5 uur in de auto zaten naar onze basisschool in Ellecom, aangezien ons AZC in Winterswijk was. Doordeweeks verbleven wij met onze ouders bij een vriend en vrijdag gingen we weer naar het AZC.  Dit hebben we een jaar lang gedaan. Zij hebben ons altijd zekerheid gegeven. De positiviteit en het doorzettingsvermogen van mijn ouders inspireren mij enorm.

Waar ben je nou echt heel slecht in?

“Met betrekking tot mijn studie ben ik heel georganiseerd, maar thuis ben ik heel rommelig. Ik raak onder andere  mijn sleutels en ov-chipkaart snel kwijt. Hetzelfde verhaal met mijn kledingkast. Ik besluit dan op een dag alles goed op te ruimen en op kleur en soort te sorteren, maar na een week is het weer een drama in mijn kast.”

Leukste plekje in Utrecht?

“Ik hou heel erg van de grachten van de Utrecht. Ik vind het heel leuk om aan de grachten te zitten in een van de restaurantjes, maar ik heb niet echt één plekje. Ik heb wel plekken waar ik vaak eet en dat zijn ‘Pokeperfect’ en ‘Eazie’. Oh, en ‘Café ‘t Gegeven Paard’. Op de vrijdagavond een drankje doen daar met leuke live muziek. Daar houd ik echt van.”

By | 2018-10-25T11:17:02+00:00 oktober 25th, 2018|Uncategorized|0 Comments