Liesje onderzoekt: het Paardenmiddel

‘Als ik had geweten dat ik gekozen was omdat ik vrouw ben, had ik de baan niet willen hebben.’ Maar ook: ‘Een vrouwenquotum is een paardenmiddel, maar zonder dit soort regelgeving zullen niet alleen jullie, maar ook jullie dochters, nog tegen deze problemen aanlopen’. Afgelopen Feminer waren de meningen verdeeld over het vrouwenquotum – bij uitstek het meest besproken onderwerp in discussies over de verhoudingen tussen mannen en vrouwen op de werkvloer. Niemand zal tegenwoordig nog met droge ogen stellen dat vrouwen niet dezelfde kansen verdienen als mannen, maar de manier waarop verandering teweeg gebracht moet worden, is nog altijd onderwerp van debat. Als ik later een topfunctie wil bekleden, is daar dan een vrouwenquotum voor nodig?

De cijfers liegen er niet om. Hoewel vrouwen in de dertig en veertig vaker hoogopgeleid zijn dan mannen van hun leeftijd, hebben Nederlandse bedrijven schijnbaar moeite met het vinden van geschikte vrouwen voor bestuursfuncties. Voorbeeld: Er zijn bijna evenveel CEO’s van Nederlandse bedrijven die Peter heten (4,9%), als er in totaal vrouwen zijn die deze functie bekleden (5,5%). Om dit te verbeteren werd in 2013 een wettelijk streefcijfer van dertig procent ingesteld voor het aantal vrouwen in raden van bestuur en commissarissen. Vijf jaar later wordt dat, een enkel bedrijf daargelaten, niet behaald. In 2017 was 11,7 procent van de leden van raden van bestuur en 16,2 procent van de raden van commissarissen een vrouw. Minister Ingrid van Engelshoven (OCW) vindt het een kwalijke zaak: ‘De afspraak is dat we in 2019 de balans opmaken, maar als de resultaten zo teleurstellend blijven, zal ik stevige maatregelen niet schuwen.’ Een vrouwenquotum dus.

Voorstellen om een quotum in te stellen, worden vaak honend van de tafel geveegd. Toen Jesse Klaver tijdens de afgelopen Tweede Kamerverkiezingen bijvoorbeeld voorstelde om bij de formatie een 50-50 verdeling over de ministerposten in te stellen, kreeg hij een berg kritiek over zich heen – ook van vrouwen zelf. En toen het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap vorig jaar een quotum instelde om in één jaar tijd honderd vrouwelijke hoogleraren aan te stellen, kon minister Bussemaker hetzelfde verwachten. Moeten we emancipatie maar op haar beloop laten? Belle Derks, hoogleraar sociale en organisatiepsychologie aan de Universiteit Utrecht, vindt van niet: ‘Je kunt alles aan de geschiedenis overlaten, maar voor mijn tak, de wetenschap, is berekend dat het dan 2060 is voor er een gelijk aantal mannen en vrouwen hoogleraar is. Wil je daar op wachten? Dan gaat die emancipatie wel heel geleidelijk.’

Veel mensen vinden positieve discriminatie ook discriminatie. Degene met de beste kwaliteiten moet gekozen worden. Met dat argument wordt een vrouwenquotum inherent aan een quotum voor incapabele vrouwen. Noch Bussemaker, noch Van Engelshoven heeft echter gepleit voor kwaliteit als secundair criterium. Het komt niet op de achtergrond te staan, vrouwen krijgen alleen een gedegen kans hun kwaliteiten te laten zien. En dat betaalt zich uit: Onderzoek wijst uit dat bedrijven met meer vrouwen in bestuursfuncties, betere resultaten boeken. Meegenomen dat vrouwen hoger opgeleid zijn dan mannen, kunnen we er niet omheen meer vrouwen op hoge posities in het bedrijfsleven, de universiteit en ook in de politiek aan te stellen. Als dit niet vanzelf gaat, zoals we hebben gezien, is een quotum noodzakelijk. Dat is niet alleen eerlijk, maar ook beter.

Sommige vrouwen zouden een quotum als belediging zien – je wordt niet aangenomen vanwege je kwaliteiten, maar omdat je een vrouw bent. Ik draai het liever om: Ik hoop aangenomen te worden vanwege mijn kwaliteiten en die ook als vrouw te kunnen laten zien. Als daar zo’n paardenmiddel voor nodig is, so be it.

Door Liesje Wanders

By | 2018-06-19T13:43:44+00:00 juni 19th, 2018|Uncategorized|0 Comments