Zoals we eerder benoemden in onze campagneweek ‘Baas in Eigen Buidel‘, is 1 op de 2 Nederlandse vrouwen niet financieel onafhankelijk. Maar hoe zit het met die andere helft? Is het daadwerkelijk een gevalletje ”niet lullen maar poetsen”, of zit dit probleem complexer in elkaar? Wat blijkt: financiële onafhankelijkheid gaat bij vrouwen niet altijd over rozen. Gedurende de levensloop komen ze allerlei obstakels tegen die ze getracht worden te overwinnen. Doen ze dit niet, dan worden ze tot verwende ‘parttime prinsesjes’ gedegradeerd.

Gelukkig is de realiteit iets genuanceerder, zo blijkt uit de verhalen van Margriet Drijver (68), Claudia Lobo (55) en Michelle Netten (#). Zij zijn alledrie financieel onafhankelijk. Ze komen uit verschillende levensfases, hebben een andere achtergrond én een andere gezinssituatie. Desondanks hebben ze verrassend veel gemeen.

Het zit in je genen (of toch niet?)

Je moet je eigen boontjes leren doppen, leerden alledrie de vrouwen al op jonge leeftijd. En daar deden ze hun uiterste best voor.

Michelle: ”Hoewel mijn moeder is gestopt met werken toen zij kinderen kreeg, hebben mijn ouders mij altijd gestimuleerd om mijn eigen geld te verdienen en te sparen. Ik kreeg wel wat zakgeld, maar heb van jongs af aan bijbaantjes gehad. Het is immers veel leuker om iets te kunnen kopen wanneer je er zelf voor gespaard hebt – je beseft dan meer hoeveel iets daadwerkelijk waard is.”

Claudia: ”Ik ben Surinaamse, geboren in Paramaribo en op mijn derde naar Nederland gekomen. In Suriname is het heel belangrijk dat je als vrouw leert om je eigen boontjes te doppen. Dat is mij dan ook met de paplepel ingegoten. Mijn moeder zei altijd: ”Zorg dat je op je eigen benen kan staan.” We hadden het vroeger niet breed; ik ben de jongste van vijf in een gezin dat geëmigreerd is. Toen ik er achterkwam dat ik goed kon leren werd het me duidelijk dat ik later geld wilde hebben. Ik wilde zorgen dat ik mijn eigen pad kon uitstippelen, en geld is daar nou eenmaal heel belangrijk voor.” 

Maar niet iedereen kreeg deze les van huis uit mee.

Margriet: ”Mijn moeder was gewoon een nette huisvrouw. Mijn ouders vonden wel dat ik me altijd moest blijven ontwikkelen, maar verder dan dat ging het eigenlijk niet.”

Margriet Drijver (68)
Margriet Drijver (68)

Werkt tussen publiek en privaat

Margriet houdt niet van stilzitten. Ooit was ze de eerst (en enige) vrouwelijke conducteur van de Nationale Spoorwegen. Vanaf toen is ze kris-kras door sectoren gevlogen. Nu woont ze in Rotterdam, waar ze 1 keer per week op haar jonge kleinkinderen past.

Altijd maar de ‘bezige bij’

Waarom zijn sommige vrouwen financieel onafhankelijk en anderen niet? Op het eerste gezicht gaat het wel degelijk om intrinsieke motivatie. Margriet en Claudia lijken schoolvoorbeeld van de ambitieuze vrouw die haar tanden zet in alles wat haar pad kruist.

Margriet: ”Ik ben heel jong, nog voor mijn achttiende, getrouwd. In die tijd moest je daar zelfs toestemming van je ouders voor vragen. Toen mijn eerste kind kwam heb ik echt heel lang gedacht dat ik alleen maar moeder en huisvrouw zou zijn. Maar zes weken na de geboorte van dat kind was ik helemaal rijp voor Delta (rijp voor het gekkenhuis, red.)! Het idee dat er niets meer was dan thuis zitten en zorgen voor dat kind, dat kwam zó niet overeen met wie ik wilde zijn. Maar ja, ik had alle stappen al gezet: ik was gestopt met mijn opleiding, ik had mijn pensioen opgenomen, ik had totaal niet geïnvesteerd in mijn loopbaan. En dat voelde zo ongelofelijk verkeerd dat ik vervolgens ben verder ben gaan kijken.”

”Ik heb nooit alleen maar mijn eigen functie uitgevoerd, maar ik ben altijd op zoek geweest naar nevenfuncties. Ik vind dat je de carrièreladder van twee kanten moet beklimmen. Zo kan je meer sectoren zien en verschillende rollen vervullen, waardoor je leert switchen en doorgroeien. Die breedte kan je nét een hinkstapsprong geven naar een ander bedrijf of een andere sector.”

Je moet de carrièreladder van twee kanten beklimmen. Zo kan je  verschillende rollen vervullen, waardoor je leert switchen en doorgroeien

Claudia: ”Na het afronden van de huisartsopleiding vond ik mezelf nog te jong en niet ‘levenswijs’ genoeg om als arts aan de slag te gaan. Bovendien moest mijn man (die chirurg is, red.) nog aan zijn specialistische opleiding beginnen. Dus besloot ik om toch nog maar even iets anders te doen. Dat werd promotieonderzoek, wat ik eigenlijk vooral deed om bezig te zijn. En dat zal ik altijd blijven doen, bezig zijn. Ik ben een ambitieus mens dat er niet van houdt om stil te zitten.”

Maar bij anderen manifesteert motivatie op een intrinsieke manier. Sommige vrouwen groeien pas als ze zo nu en dan een pas op de plaats doen. 

Michelle: ”Ik werk vier dagen in de week en ik heb die ene dag écht nodig om bij te tanken. Mijn werk kan ik dan beter uitvoeren en ik zit gewoon beter in mijn vel.” 

En ook daar halen we inspiratie uit: Feminer loves self-care. Dat je het maar weet.

Werken om te leven, of leven om te werken?

Vrouwen zouden plaats moeten maken in hun carrière voor het onderhoud van hun gezin en huishouden. Tenminste, dat lijkt de algemene opinie te zijn, als je beseft dat 80% van de Nederlanders vindt dat ”dat moeders van nog niet-schoolgaande kinderen drie dagen of korter zouden moeten werken”. Maar werkende moeders hebben daar vaak zelf een appeltje mee te schillen. Misschien doen ze hier en daar wat concessies, hun carrière staat op gelijke voet met hun gezin. Je weet wel, zoals dat bij mannen ook het geval is.

Margriet: ”Kinderen van werkende moeders hebben het helemaal niet slechter dan kinderen van niet-werkende moeders. Het gaat er vooral om wannéér je er voor je kinderen bent. Ik ben wel blij dat de regels rondom ouderschapsverlof inmiddels zijn opgerekt. Met de huidige stand van zaken heb je als ouder nog voldoende ruimte om er in de eerste jaren voor je kind te zijn.” 

”Bovendien ben ik toezichthouder bij een grote kinderopvangorganisatie, waar ik zie hoe liefdevol kinderen worden opgevangen. Dan denk ik: het is juist goed dat kinderen met andere kinderen spelen en nieuwe mensen ontmoeten! Mijn kinderen hebben daar nooit last van gehad; we hebben het nog regelmatig over hun tijd bij de opvang.”

Claudia: ”Toen ik geneeskunde had afgerond en een specialisme moest kiezen, ben ik voor de huisartsopleiding gegaan. Dat had twee redenen. Ten eerste wilde ik niet in het ziekenhuis werken, omdat ik heel slecht om kan gaan met de hiërarchie die daar bestaat. Ik vind niet dat ik anders behandeld moet worden omdat ik lager op de ladder sta. Bij het huisartsenberoep was daar geen sprake van. Daarnaast wist ik al dat ik wel een gezin wilde – en in die tijd was dat als huisarts het beste te combineren. En uiteindelijk heb ik het daar heel fijn gehad.” 

Claudia Lobo (55)
Claudia Lobo (55)

Hoofd huisartsopleiding

Na haar opleiding geneeskunde specialiseerde Claudia zich als huisarts. Nu is ze hoofd van de huisartsopleiding, maar die stap zette ze pas nadat ze gepromoveerd was én haar eigen praktijk had opgezet. Ze woont in Nijmegen met haar man, haar zoon (22) en dochter (24).

”Ook mijn promotieonderzoek bleek goed te combineren met het gezin. Hoewel ik qua uren fulltime aan het werk was (Claudia kluste destijds bij als waarnemend huisarts, red.), waren mijn onderzoekstaken flexibel in te delen. Dat kwam van pas toen ik zwanger werd van mijn oudste. Dan kon ik er bijvoorbeeld voor kiezen om ‘s avonds nog wat uren te maken. Maar na de geboorte heb ik wel een stap terug gedaan. Ik merkte dat een kind toch je hele leven wordt. De liefde voor dat kind is dan zo groot, daar wil je eigenlijk constant bij zijn. Daarom ben ik drie dagen gaan werken, en dat heb ik toen mijn kinderen klein waren eigenlijk altijd gedaan.”

Je moet er ook wat voor laten

Als je 80% van de Nederlanders heb weten te negeren en gewoon je eigen plan hebt getrokken, zit er vaak nog een partner op de bank die van alles van je vraagt. Dat gaat zelden zonder horten en stoten. Het lijkt erop dat maatschappelijke verwachtingspatronen in meer of mindere mate de persoonlijke gezinssfeer binnendruppelen. Dat blijkt in ieder geval uit de herinneringen van Margriet en Claudia.

Margriet: ”Toen ik weer aan het werk ging, hebben mijn man en ik een rolwisseling gedaan. Dat was destijds natuurlijk spectaculair. Ik vond het zelf heerlijk… Maar mijn toenmalige echtgenoot, ja, dat paste helemaal niet.’Dat, terwijl we beiden achter die keuze stonden. Maar dat was 45 jaar geleden, er stonden geen vaders op het schoolplein. Aansluiting met andere ouders vinden was dus erg moeilijk. Dat zorgde voor hem natuurlijk voor ongemak, je bent immers opgevoed met een bepaald patroon en bepaalde verwachtingen. Uiteindelijk ging dat vreselijk wringen en heeft het ons ons huwelijk gekost.”

Claudia: ”Na de geboorte van mijn kinderen ben ik dus drie dagen gaan werken, maar dat is niet omdat ik niet méér wilde werken. In de tussentijd heb ik wél veel ballen hoog gehouden: ik ben gepromoveerd, ik begon mijn eigen huisartspraktijk en de kinderen gingen naar school. Daarnaast had mijn man een hele drukke baan. Dus ik vond dat de zorg voor de kinderen en mijn eigen baan toch veel op mij neerkwam. Achteraf had ik dat nooit meer zo gepikt, maar destijds was dat wel hoe het was.”

Margriet: ”Na mijn huwelijk heb ik nog twee keer een lange relatie gehad. Maar wat ik ook merkte bij die partners is dat ze het behoorlijk ingewikkeld vonden dat ik meer verdiende dan zij. Dat werd zelfs expliciet gezegd. Die spanning was er altijd wel degelijk. Mannen van mijn generatie vinden het heel moeilijk om een partner te hebben die op gelijke hoogte, of een treetje hoger op de arbeidsmarkt staan.”

Michelle, die getrouwd is met een vrouw en zelf geen kinderen heeft, herkent die ongelijkheid dan weer niet. ”Het feit dat mijn vrouw en ik financieel onafhankelijk zijn komt in de eerste plaats door onze individuele persoonlijkheden. We willen onze eigen boontjes kunnen doppen, óók als we alleen zouden zijn.”

Het is een combinatie van een bepaald gebrek aan vertrouwen bij de vrouw, maar óók de man die te snel genoegen neemt met zo’n traditionele rolverdeling

De lasten van de wereld op de schouders van vrouwen

In haar omgeving ziet ze dan weer wel andere verhoudingen, en vermoedt dat dit uit gemak en gewoonte voortkomt.

Michelle: ”Ik zie wel bij vriendinnen uit hetero-relaties dat de rolverdeling anders is; de vrouw neemt veelal de meer traditionele taken op zich. Dit gaat overigens wel altijd in goede harmonie, geloof ik. Vrouwen vinden het vaak gewoon prettiger – ze trekken dit soort taken automatisch meer naar zich toe. De man krijgt vaak niet eens de kans krijgt om bepaalde taken uit te oefenen, terwijl hij het best kan. Het is een combinatie van een bepaald gebrek aan vertrouwen bij de vrouw, maar óók de man die te snel genoegen neemt met zo’n verdeling.”

Vrouwen die alle taken op zich nemen, Claudia weet er alles van.

Claudia: ”Het gesprek tussen mij en mijn partner over onze rolverdeling is maar een beetje gevoerd. Dat kwam ook wel doordat ik enorm eigenwijs ben en snel vind dat ik het allemaal zelf het beste kan. Dat maakte het wel moeilijk, soms schiet je in je eigen voet. Mijn partner en ik hebben het nog even gehad over een au pair. Maar ik zag het helemaal niet zitten dat er dan iemand hier in huis zou rondlopen, dus ben ik toch voor die drie dagen gegaan.”

It takes a village

Gelukkig wisten Margriet en Claudia de rollen voor een gedeelte uit te besteden – en knijpen ze in hun handjes vanwege de hulptroepen die ze hebben kunnen inschakelen.

Michelle Netten (#)
Michelle Netten (#)

Leerkracht ondersteuner

Michelle heeft nooit getwijfeld over haar carrière; ze wist al haar hele leven dat ze het onderwijs in wilde gaan. Nu werkt ze in het speciaal onderwijs, met kinderen die moeilijk kunnen leren. Ze woont samen met haar vrouw, in een huis dat ze samen hebben gekocht.

Margriet: ”Ik had eerst alleen een [middelbare school] diploma, dus veel opties op de arbeidsmarkt had ik niet. Zo ben ik de eerste vrouwelijke conducteur bij de Nationale Spoorwegen (NS) geworden. Ik heb die functie vervolgens een jaar of zeven vervuld, waarna ik via het bedrijf een opleiding kon gaan doen. En de NS heeft altijd met me meegedacht. Ze pasten mijn rooster bijvoorbeeld aan aan het ritme van mijn kinderen. Met die ondersteuning heb ik echt geluk gehad.” 

”Bovendien was er in die tijd een 24-uurs crèche waar de kinderen naartoe konden. Dat was wel bikkelen, hoor. En financieel was dat hartstikke krap. Maar goed, ik had het beest al op jonge leeftijd in de ogen aangekeken, en wist dat ik nooit meer financieel afhankelijk wilde zijn. Of dat nou van een man of van de bijstand was.”

Claudia: ”De kinderen gingen altijd naar de crèche én naar opa’s en oma’s – en dat vonden ze allemaal prima. ”It takes a village to raise a child.” Daar ben ik echt van overtuigd. Kinderen hebben ook andere opvoeders nodig waaraan ze zich kunnen spiegelen.”

Hoe ambitieus je ook bent, hoe koppig je ook bent, het lijkt erop dat vrouwen gedurende hun leven door hoepels moeten springen. Financiële onafhankelijkheid komt hen niet aanwaaien – en is vaak een kwestie van geluk in plaats van motivatie. We hebben wellicht snel de neiging om vrouwen bestraffend toe te spreken als ze hun eigen boontjes niet kunnen doppen, maar het is goed te onthouden dat maatschappelijke problemen óók maatschappelijke oplossingen behoeven. It does take a village. Niet alleen om een kind op te voeden – maar ook om een vrouw te ondersteunen.

Financiële onafhankelijkheid is vaak eerder een kwestie van geluk in plaats van motivatie