Onze samenleving is eerloos geworden, schreef Sander Schimmelpenninck in een recente column voor de Volkskrant.  “Eer, trots en mannelijkheid moeten terugveroverd worden op de eerloze klasse van proletenpopulisten, luidde de titel van zijn artikel. Want, zo stelde hij,  “hoewel het klopt dat vrijwel alle boeven mannen zijn, moeten we niet vergeten dat vrijwel alle helden óók mannen zijn. Nu weet ik dat Sander niet van de nuance is en graag speldenprikjes uitdeelt, maar toch kan ik het niet laten om dit schot voor open doel te nemen. Anders dan Sander stelt, zijn er namelijk vrouwelijke helden in overvloed.

Onbekend maakt onbemind

Volgens Wiki is een held(in)  “een bestaand, fictief of historisch persoon die, wanneer geconfronteerd met gevaar en rampspoed of vanuit een zwakke positie, moed en de bereidheid tot zelfopoffering betoont voor een grotere zaak”. Misschien een hele mond vol, maar geen kenmerken die bij uitstek mannelijk zijn. Sterker nog, ‘bereidheid tot zelfopoffering’ is iets wat ik bij veel vrouwen om mij heen zie, hoe klein of groot het offer ook is. Hoe vaak hoor je wel niet dat een vrouw zichzelf wegcijfert voor een ander? 

Als ik je echter vraag om een bekende held in gedachten te nemen, dan denk je waarschijnlijk aan types als Herakles, aan Martin Luther King, of aan een sportheld als Johan Cruijff. Ik acht de kans minder groot dat je dacht aan Antigone, Rosa Parks of Serena Williams (als dat wel zo is: good for you, jou hoef ik niks te vertellen). Ook valt het me op dat er op de betreffende Wikipediapagina alleen maar voorbeelden van mannelijke helden worden genoemd, en als ik Google naar ‘bekendste helden’, kom ik voornamelijk lijstjes met mannen tegen. Of dit nou mythologische helden zijn, sporthelden, volkshelden of superhelden, de heldinnen zijn veel minder zichtbaar. De mannen lijken de eer op te strijken, of worden in ieder geval gelauwerd.

Het lijkt er dus op dat we nog een beetje vasthangen in het stokoude narratief dat vrouwen ‘dames in nood’ zijn, en mannen de helden die ze moeten redden. Maar dat narratief loopt niet meer gelijk met de huidige stand van zaken. Met deze realiteit werd ik geconfronteerd toen ik een kop thee zat te drinken met een moeder van een vriendin van mij, Janny van der Molen. Zij is kinderboekenschrijfster en schreef in 2018 het boek ‘Heldinnen, vijftig vrouwen die weten wat ze willen’. In het boek komen vrouwen van alle tijden en landen aan bod. Voorbeelden zijn Michelle Obama, Anne Frank, Lady Gaga, en ga zo nog maar even door. Ik sprak met Janny af bij boekenwinkel Broese om te filosoferen over het onderwerp. 

Wie het hardst roept…

Ik vroeg aan Janny waarom we heldendom associëren met mannelijkheid. Heldendom heeft namelijk niet persé iets te maken met fysieke kracht, denk maar aan het verhaal van David en Goliath. Of kijk eens naar de Griekse held Odysseus, die Troje door middel van een list wist te veroveren. Dus als we heldendom niet associëren met spierkracht, waarom dan wel met mannelijkheid? 

Janny denkt dat het komt omdat vrouwen zichzelf sowieso minder op de borst slaan. Ze dóén het gewoon, en verwachten daar geen erehaag voor. Er wordt vrouwen nou eenmaal aangeleerd om bescheiden te blijven. Ook komen we tot de conclusie dat de meeste geschiedenisboeken toch echt geschreven zijn door mannen, en tja, die schrijven dan weer over andere mannen. 

Een goed voorbeeld doet nou eenmaal volgen, en dat begint bij al bij de sprookjes die je vertelt voor het slapengaan.

Een goed voorbeeld doet volgen

Misschien vraag je je nu af waarom het uitmaakt dat we vooral mannelijke helden zien. Waarom kunnen mannen niet gewoon de heldhaftige ridders zijn in het sprookje, en vrouwen de prinsessen in nood? Dat heeft te maken met het belang van beeldvorming. Het is heel belangrijk dat kinderen vanaf jonge leeftijd leren dat je alles kunt worden wat je later wilt. Dat je niet beperkt bent in je keuzes, omdat je toevallig een meisje bent. En dit geldt niet alleen voor jonge kinderen. Een vrouwelijk rolmodel kan andere vrouwen namelijk inspireren om uit vastgeroeste patronen te stappen, patronen die helemaal niet meer van deze tijd zijn. 

Het is in ieder geval heel belangrijk om jonge meisjes een toekomstperspectief te bieden, waarbij het zijn van een vrouw geen invloed heeft op je dromen. Een goed voorbeeld doet nou eenmaal volgen, en dat begint bij al bij de sprookjes die je vertelt voor het slapengaan. Gelukkig zien we in die sprookjes ook een positieve trend ontstaan die deze boodschap onderschrijft. Disney heeft de laatste jaren bijvoorbeeld verschillende films uitgebracht met een sterke vrouwelijke hoofdrol, denk maar aan films als Frozen, Moana en De prinses en de kikker. Wat deze films allemaal met elkaar gemeen hebben, is dat de prinsessen in het verhaal hun eígen held zijn. En dat lijkt me een prachtige boodschap om uit te dragen. Het doet me denken aan het gedichtje van Linda Vogelesang hiernaast. 

Janny vertelt me dat ze vaak op scholen boekpresentaties geeft, en dat ze de jongens dan vertelt dat ‘Heldinnen’ ook een boek voor hen is. Ze zegt lachend dat ze tegen de jongens zegt dat zij het boek óók moeten lezen, zodat ze hun vriendinnen beter kunnen begrijpen. Dat bedoelt ze een beetje als grapje, maar eigenlijk zit daar wel een kern van waarheid in. De strijd voor gelijkheid moeten we namelijk samen voeren; wij/zij-denken heeft geen zin. Het is dus ook van belang dat jongens vanaf klein wordt aangeleerd dat je ook naar een sterke vrouw kunt opkijken, dat ook vrouwen de baas mogen zijn en dat ook vrouwen helden zijn. Die vrouwelijke helden zijn er namelijk echt wel, ze moeten gewoon wat meer in the picture worden gezet.

Zijn alle boeven man?

En hoe zit het dan met de boeven? Zijn ook echt alle boeven man? Dat hangt er vanaf wie je een boef vindt. 95% procent van de gevangenen in Nederland zijn namelijk wel mannen (oef), maar er zijn vast ook een heleboel boeven te vinden buiten de gevangenis. Met Janny bespreek ik dat ook een hele hoop vrouwen in staat zijn tot boevige acties, of mannen daar tot aanzetten. 

Toch lees ik op Twitter een interessante reactie op het stuk van Sander. Twitteraar @waltercalseyde stelt de vraag of die (mannelijke) helden wel zouden hebben bestaan zonder die (mannelijke) boeven? Hij wijst erop dat er niet veel voorbeelden zijn van mannelijke helden die zijn opgestaan tegen vrouwelijke tirannie. Het antwoord op de vraag die hij stelt heb ik niet voor je, maar het geeft in ieder geval stof tot nadenken. 

Hoort zegt het voort!

Persoonlijk denk ik dat een échte held het niet van de daken hoeft te schreeuwen. Heldendom is een intrinsieke drang om goed te doen, om anderen te helpen. Je kunt jezelf niet tot held uitroepen, je daden spreken voor je. En die daden hoeven ook helemaal niet groots en meeslepend te zijn, binnen je eigen kader kun je ook een heldin zijn. Of je nu als juf de heldin van je leerlingen bent, een verpleegster die de afgelopen twee jaar keihard heeft gewerkt om de Covidafdelingen te bemannen, of een Koerdische vrouw die de wapens oppakt in de strijd tegen IS, aan heldinnen écht geen gebrek. Hun heldendaden verdienen het om meer lof te krijgen en te worden doorverteld aan nieuwe generaties. Dus, Sander, ik raad je aan om het boek van Janny op je nachtkastje te leggen. Ik stuur het met liefde naar je op.

Een échte held hoeft het niet van de daken te schreeuwen; diens daden spreken voor zich.