Toen ik in het najaar van 2020 ging hospiteren bij mijn huidige studentenhuis, vond ik het niet nodig om te vermelden dat ik lid was bij een studentenvereniging – het kwam simpelweg niet in me op. Een halfjaar later kwam ik er achter dat ik daarmee cruciale informatie had achtergehouden: mijn huisgenoot gaf toe dat ik niet was uitgekozen als ze hadden geweten dat ik bij een vereniging zat. Waarom, dat kon ze niet goed uitleggen. Het was gewoon een gevoel.

Inmiddels hebben mijn huisgenoten hun mening bijgedraaid over mensen die lid zijn bij een studentenvereniging: de hechte vriendschap die we hebben opgebouwd is het levende bewijs. In veel opzichten lijk ik zelfs meer op hen dan op een groot deel van mijn clubgenoten. 

Het voorval zette me wel aan het denken: waarom is het vooroordeel over mensen die lid zijn van een studentenvereniging zó hardnekkig? Het voelt soms wel alsof je met je lidmaatschap op één grote hoop wordt gegooid: tussen de ‘corpskut’ en de student die feuten mishandelt tijdens een ontgroening, wordt geen onderscheid gemaakt.

Er bestaat een bepaald beeld van studentenverenigingen, en dan met name over de behandeling van vrouwen. En dat is jammer, want verenigingen dragen doorgaans juist positief bij aan de ontwikkeling van jonge vrouwen. Dat zeg ik uit mijn eigen ervaring, maar ik ben daarin niet de enige. 

In dit kader ging ik in gesprek met Myra Bledoeg (24 jaar), die actief lid was van U.V.S.V. / N.V.V.S.U. (het laatste ongemengde corps van Nederland). Ze deed er meerdere commissies en sloot haar U.V.S.V.-tijd af met een bestuursjaar als ab Actis. Onlangs is ze begonnen met het werkende leven en doet het Rijkstraineeprogramma, waar ze verschillende ministeries afloopt.

Girls support girls?

Ik begin bij het fundament van elke vereniging: de jaarclub of het dispuut. Deze vaak ongemengde groep is het belangrijkste verband binnen de traditionele studentenvereniging. Het idee is dat je hier ‘vrienden voor het leven’ wordt – de vriendschap tussen vrouwen staat dus centraal. Omdat je samen een erkend groepje vormt, ben je loyaal aan elkaar en kom je voor elkaar op.

Slecht nieuws verkoopt beter dan goed nieuws

Het ‘meidenvenijn’, dat vaak wordt geassocieerd met studentenverenigingen, is naar mijn ervaring eerder uitzondering dan regel. Ik citeer journalist Cathelijn Paling: “Wat de media niet laten zien, is dat een studentenvereniging je leert vriendschappen op te bouwen en te onderhouden.” Daar sluit ik me geheel bij aan. Er hoeft maar één negatief verhaal naar voren te komen, en alle andere positieve ervaringen binnen verenigingen worden direct ondergesneeuwd. En iedereen weet: slecht nieuws verkoopt beter dan goed nieuws.

En er zijn meer positieve aspecten die de aandacht verdienen. Een clubgenoot vertelde bijvoorbeeld dat de studentenvereniging haar introduceerde tot het studentenleven. Dat was voor haar totaal onbekend, aangezien ze de allereerste was in haar familie die ging studeren. Een vereniging kan zelfs aanvoelen als een soort surrogaatfamilie, omdat een vereniging zo veilig en vertrouwd aanvoelt dat het je echte familie kan vervangen.

Grenzen herdefiniëren

In het post Me Too-tijdperk deelden talloze vrouwen namelijk hun verhaal over slutshaming. Seksisme binnen studentenverenigingen (afkomstig van zowel mannen als vrouwen) krijgt tegenwoordig meer aandacht en dat is naar mijn mening zeer terecht. Myra vertelt over slutshaming bij U.V.S.V.: “Een vrouw die veel regelt (zoenen of seks hebben, red.) wordt daarop aangesproken door haar vriendinnen, terwijl dit bij mannen onderling niet gebeurt.”

Maar voor de duidelijkheid, seksueel grensoverschrijdend gedrag is overál een groot probleem, in alle lagen van de samenleving. Myra beaamt dit: “Een vereniging vormt geen uitzondering op wat er gebeurt in de maatschappij. Het gescheiden karakter van U.V.S.V. versterkt dit misschien wel, juist omdát de mannen wat verder van ons af staan.”

Wat betreft seksueel grensoverschrijdend gedrag binnen verenigingen bestaat er bizar genoeg een paradox. Een studentenvereniging voelt voor haar leden vaak zó veilig aan, dat het moeilijk te geloven is dat dit soort gedrag voorkomt. 

Gelukkig wordt er tegenwoordig meer bewustwording gecreëerd op dit gebied. Waar er vroeger nul aandacht werd besteed aan seksueel grensoverschrijdend gedrag tijdens de kennismakingstijd of integratieperiode, is dit onderwerp nu bij veel studentenverenigingen verplichte kost. De organisatie Gelijkspel geeft hier trainingen over aan studenten en is tevens opgericht door drie leden van U.V.S.V.

Een vereniging vormt geen uitzondering op wat er gebeurt in de maatschappij

Miljoenenbedrijf runnen

Naast het vormen van zo’n hechte band is een studentenvereniging ook een uitstekende plek voor vrouwen om zich te ontwikkelen. Denk aan sociale vaardigheden, maar ook – voor wie een beetje actief is – organisatie- en leiderschapsvaardigheden. Een clubgenoot zei bijvoorbeeld over haar aankomende bestuursjaar: “Je runt eigenlijk een miljoenenbedrijf met negen anderen.” – een grote verantwoordelijkheid als je zo jong bent. 

Myra leerde ontzettend veel van haar bestuursjaar bij U.V.S.V. Een van de grootste uitdagingen vond ze de paradoxale verhouding waar ze mee te maken kreeg als leidinggevende. “Ik moest soms de minder leuke keuzes maken en mensen teleurstellen. Dat is lastig, want het gaat om de meiden met wie je óók regelmatig borrelt.” Een deel van haar leiderschapsrol was ook het leren om veel mensen bij het proces te betrekken. “Ik heb tijdens mijn bestuursjaar iemand een keer gepasseerd en zo gekwetst. Dat wilde ik absoluut voorkomen bij mijn eerste baan.”

Die keuzes maakte ze om uiteindelijk beleid uiteen te zetten voor meerdere jaren, iets wat ze terugziet in haar huidige werk. “Ik heb ook wel gezien hoe moeilijk het is om een cultuurverandering teweeg te brengen. Bij mijn bestuursfunctie had ik wat dat betreft veel autonomie en invloed. Dat is nu wel anders. In die zin was het bestuur een goede oefening voor later.”

Moderner dan je denkt 

Het klinkt misschien gek om dit over een studentenvereniging te zeggen, maar de machtsstructuur is eigenlijk best modern. Wat betreft de man-vrouwverhouding lopen studentenverenigingen ver vooruit op de meeste bedrijven: binnen commissies en het bestuur bestaat de helft vaak uit vrouwen. Een vrouwenquotum avant la lettre dus.  

Allerhande mores, de kledingvoorschriften, gescheiden jaarclubs en disputen; het is een tikkeltje ouderwets allemaal

Studentenverenigingen zijn allesbehalve vrij van hiërarchie en nepotisme (dat was overigens ooit anders), maar status is in ieder geval niet gebaseerd op gender. Daarnaast zijn er de afgelopen jaren meer regels vanuit verenigingen zelf en universiteiten gekomen die machtsmisbruik tijdens de kennismakingstijd verbieden. Dit ook om seksueel grensoverschrijdend gedrag zo veel mogelijk in te dammen.

Natuurlijk ben ik ook niet blind voor het (doorgaans) traditionele karakter van studentenverenigingen. Wat betreft functies is de verdeling man-vrouw weliswaar gelijk, maar daar stopt de moderniteit ook wel. Allerhande mores, de kledingvoorschriften, gescheiden jaarclubs en disputen; het is een tikkeltje ouderwets allemaal. 

Maar naar mijn ervaring heeft dit geen enkele invloed op de sfeer die er hangt, of de manier waarop vrouwen worden behandeld. En áls er mensen klagen over de tradities, dan zijn het de mannen wel over hun verplichte jas-das of rokkostuum.

Het zijn net mensen

Dit is geen promotiepraatje voor studentenverenigingen, maar wél een poging om dit typisch Nederlandse fenomeen in een beter daglicht te plaatsen. Er gaan nogal wat negatieve verhalen rond, en jammer genoeg komt er te weinig tegengeluid van mensen die daadwerkelijk lid zijn bij een vereniging. 

Mensen die lid zijn van een vereniging zijn niet anders dan andere mensen: ze slagen cum laude, worden gedumpt, slikken antidepressiva én zijn feminist

We moeten niet vergeten dat verenigingen eigenlijk een mini-maatschappij zijn, geeft ook Myra toe: “Alles wat speelt in de maatschappij, speelt ook binnen de vereniging.” Dat betekent niet dat ze haar ogen sluit voor problemen waar ook verenigingen mee kampen. “Er ligt in de maatschappij bijvoorbeeld al een grote nadruk op het uiterlijk van vrouwen. U.V.S.V. is hierin geen uitzondering, en helaas zijn er vrouwen geweest die als gevolg eetstoornissen ontwikkelden.”

Er hangt een zeker mysterie om studentenverenigingen heen, wat bijdraagt aan het ‘wij/zij’-denken in het publieke debat. Maar mensen die lid zijn van een vereniging zijn niet anders dan andere mensen: ze slagen cum laude, worden gedumpt, slikken antidepressiva én zijn feminist. Het is dus een misconceptie dat studentenverenigingen – en het corps in het bijzonder – ver af zouden staan van de maatschappij. 

Aan het einde van de dag blijft Myra uiteraard trots op haar vereniging. “Het ongemengde karakter van U.V.S.V. maakt ons uniek. Het verschilt per persoon of dit daadwerkelijk een meerwaarde is.” Vereniging of geen vereniging; iedereen moet die keuze lekker zelf maken. Maar weet in ieder geval dat ‘de corpskut’ niet bestaat.