Op 3 december 2019 stemde de Tweede Kamer met een meerderheid voor een verplicht vrouwenquotum voor de Raad van Commissarissen van beursgenoteerde bedrijven. De raden zullen voortaan voor minstens 30% uit vrouwen moeten bestaan. Inmiddels bevinden wij ons in het nieuwe decennium, maar is de meningsvorming over het quotum nog steeds niet uitgekristalliseerd. Misschien heb je er al zoveel over gehoord dat je door de bomen het bos niet meer ziet. Het moge duidelijk zijn dat Feminer voorstander is van het quotum. Toch hebben wij het nog even helder voor je op een rijtje gezet. Doe er vooral je voordeel mee in toekomstige discussies! 

Tegen

#1: ‘Excuus Truus’

Misschien wel het meest gehoorde argument dat veel vrouwelijke tegenstanders van het quotum noemen, is dat zij alleen een baan willen krijgen op basis van hun competentie. Zij zijn bang alleen op een positie te worden aangenomen als ‘Excuus Truus’. De onderliggende angst is dat vrouwen die hard werken om carrière te maken te horen zullen krijgen dat zij hun carrière te danken hebben aan positieve discriminatie. 

#2: Parttime-prinsesjes 

In Nederland werkt 73,3 procent van de vrouwen parttime. Sommige tegenstanders vinden een quotum daarom oneerlijk: als vrouwen minder werken, zou het volgens hen meer dan logisch zijn dat er minder vrouwelijke bestuurders zijn. 

#3: De politiek gaat achterover leunen 

Elske Doets – CEO Doetsreizen – is misschien wel de meest prominente vrouwelijke stem tegen het quotum. Zij vreest dat een verplicht quotum de ambities van vrouwen juist afremt en ervoor zorgt dat de politiek achterover gaat leunen. Omdat politici volgens Doets steeds naar deze maatregel zullen wijzen wanneer hen wordt verweten dat er niks wordt gedaan aan de huidige genderongelijkheid. 

#4: Bemoei je met je eigen zaken

Andere tegenstanders keuren door hun liberale ideeën het quotum af.  Volgens deze ideeën moet de overheid zich zo min mogelijk bemoeien met het privédomein van burgers. Zolang de vrije markt goed functioneert zou de overheid zich niet moeten bemoeien met de woon- en werksituatie van burgers. Gelijkheid op de werkvloer is volgens sommige liberalen daarom iets wat bedrijven zelf moeten regelen en niet de overheid. 

Voor

#1: Biases

Voorstanders van het quotum zeggen dat het bestaande gebrek aan diversiteit aan de top van organisaties, het resultaat is van zogenaamde biases. Dit zijn onbewuste vooroordelen of voorkeuren die mensen hebben. Deze biases zorgen ervoor dat mensen bij sollicitaties geneigd zijn om diegene aan te nemen die het meest op hun lijkt, omdat het makkelijker is om met soortgelijke samen te werken. Veel bestuursfuncties worden nog altijd vervuld door mannen die dus eerder geneigd zijn soortgelijke mannen aan te nemen waardoor onvoldoende vrouwen op bestuursfuncties terechtkomen. Een quotum zou de enige manier zijn om dit onbewuste proces tegen te gaan. Zo ziet Hans Honig – CEO van Deloitte – dit ook. Hij noemt zichzelf een late bekeerling tot de voorstanders van het quotum. Honig geloofde eerst niet dat discriminatie plaatsvond op de werkvloer, maar langzamerhand zag hij toch in dat iedereen, ongeacht geslacht, last heeft van biases. 

#2: Het gaat niet vanzelf 

Helaas liegen de cijfers er niet om: Nederland is vorig jaar elf plaatsen gedaald op de Global Gender Gap – index (elf!?). De langzame stijging van het aantal vrouwelijke bestuurders speelt hierbij een grote rol. In Nederland is dit aantal de afgelopen 15 jaar maar met ongeveer 5 procent gestegen. Oud-minister en eurocommissaris Neelie Kroes is net als Hans Honig een late bekeerling tot de voorstanders van het quotum. Zij dacht vroeger dat gelijkheid aan de top van bedrijven vanzelf zou ontstaan naarmate de tijd verstreek. Maar niets bleek minder waar, voor een natuurlijke verandering is kennelijk het eeuwige leven nodig. Daar gelooft Neelie niet in, inmiddels wel in het quotum. 

#3: Het werkt 

Noorwegen heeft sinds 2006 een bindend vrouwenquotum. Voor alle nieuwe bedrijven op de beurs geldt dat de raden van commissarissen en de raden van bestuur voor 40 procent uit vrouw moeten bestaan. Bedrijven die niet aan deze eisen voldoen kunnen onder meer worden uitgeschreven bij de kamer van koophandel. Het bleek een ijzersterke maatregel: het percentage vrouwen aan de top is razendsnel toegenomen tot boven de 40 procent. 

Conclusie 

Feminer juicht de uitvoerige discussies over gendergelijkheid op de werkvloer toe. Wij hopen dat totdat genderdiscriminatie op de werkvloer volledig is verbannen, het laatste woord over hierover nog lang niet is gesproken. Bij Feminer zien wij het quotum dan ook als een positieve ontwikkeling, die het huidige systeem even (tijdelijk) flink in de war schopt. Over één ding zijn de voor- en tegenstanders het eens: vrouwen mogen wel wat meer lef tonen. Neelie Kroes zegt hierover: “vrouwen moeten het woord risk-avoidance uit hun vocabulaire halen. Ze moeten meer fouten durven maken! Je leert van deze fouten en ze helpen je om de volgende stap te maken.” Wij hadden het zelf niet beter kunnen zeggen, Neelie.