De middelbare school maakte ze in eerste instantie niet af. Ze had zoveel vragen die om het schoolboek heen gaan, het klaslokaal was te klein. Haar ouders waren niet meteen enthousiast toen ze vervolgens op haar 17e solliciteerde bij de Koninklijke Luchtmacht. Ze lieten haar als kind een shirt dragen met ‘plant geen bommen maar bomen’, zo hadden ze haar toch niet opgevoed? 25 jaar later heeft ze onmogelijke ambities waargemaakt, verschillende studies afgerond – maar geen studententijd gehad – en vooral loeihard gewerkt. In de Koningin Beatrixkazerne praat ik met Elanor Boekholt O’sullivan over haar toppositie bij defensie. Aan het roer staan, wordt het geromantiseerd?

Als doodnormale ‘burger’ voel je de discipline en protocollen in de kazerne door de gang hollen. In de gedaante van de passerende militairen maar ook in de defensie gerelateerde kunst aan de muur. ‘Het ene moment van de dag ben ik in burger, dan weer militair. Dat vergt in de ochtend veel aandacht, anders sta ik tijdens het diner in een jurkje met kisten eronder’, lacht Elanor (43). Ze wijst naar de uniforms hangend aan de kledinghaken naast de deur, aan de binnenkant van haar kantoor.

Ik heb geluk, Elanor heeft toevallig een kantoordag, wat betekent dat ze wel even de tijd heeft. Tijd, dat is geen abstract begrip in haar huidige baan als commandant van het Defensie Cyber Commando. Ze neemt een slok van haar gemberthee, alvorens ze probeert haar loopbaan zo kort mogelijk toe te lichten.

“Ik begon als onderofficier en werkte me – al lerende – stap voor stap op naar een hoger niveau.” In de piramide van defensie praatte ze mee aan de ene tafel en merkte ze op dat er meer zeggenschap was aan de andere tafel. Ze observeerde en vroeg rond welke studie ervoor nodig was precies daar een stoel te krijgen. Keer op keer. “Ik heb een reden nodig om te leren.”

Bij het begin beginnen: eerst haar middelbare school afmaken dus, online en zonder discussie. Toen arbeids- en organisatiepsychologie, omdat ze commandant wilde worden van het leiderschapscentrum. Een master veranderkunde en allerlei militaire opleidingen volgden. De benoeming van haar vorige baan als commandant van de vliegbasis Eindhoven was al bijzonder: Elanor was de eerste vrouwelijke vliegbasiscommandant en de tweede niet-vlieger die ooit commandant werd. Daarnaast was ze veel jonger dan de meeste collega’s die deze functie op middelbare leeftijd vervullen. In haar huidige functie als commandant van het Defensie Cyber Commando is Elanor verantwoordelijk voor de digitale landsverdediging met bijbehorende aanvals- en inlichtingenoperaties.

Het is moeilijk niet verder te kruipen dan het puntje van je stoel, als je met Elanor in gesprek bent.

Voor iemand die in eerste instantie stopte met de middelbare school heb je toch veel studies afgemaakt.

“Ik ben heel dwars, maar geloof niet in zeuren. Met alleen maar leuk werk ga je er niet komen. Je moet soms dingen doen – een opleiding of een baan – die je niet leuk vindt. Als alles leuk is, betekent dat je het al in je hebt om het te kunnen. Het gaat je makkelijk af. De dingen die je niet zo leuk vindt, zijn ook de dingen waar je vaak niet zo heel goed in bent. Een aantal studies heb ik met ontzettend veel plezier afgerond. Andere studies hielpen me naar de plek waar ik heen wilden, dat was dan de motivatie.”

Dat klinkt logisch, toch is het volgens mij makkelijker gezegd dan gedaan.

“Mensen vergissen zich in wat het mij gekost heeft. Mensen kijken naar het plaatje: wauw, ben jij zo jong? En nu al die positie? Mensen kijken naar de eerste vrouwelijke operationele generaal, de jongste ooit. Nooit vraagt iemand mij: wat heeft het je gekost?”

En wat heeft het je gekost?

“Hé wat leuk dat je me die vraag stelt! Wat het mij gekost heeft, is dat ik op m’n 18e ben gaan werken, en vanaf toen alleen maar heb gewerkt. Hierdoor heb ik een beperkt sociaal leven. Pas sinds vorig jaar heb ik een hobby, anders was ik écht alleen maar aan het werk of aan het studeren. We hebben thuis een au-pair gehad, die heeft geholpen met het opvoeden van onze twee kinderen. Ik zat in het buitenland waardoor ik het afzwemmen van m’n dochter mistte, ik was er niet toen m’n zoon voor het eerst zelfstandig fietste. Ik heb echt wel dingen gemist. Ik heb écht heel veel gewerkt. Dat vindt niemand een leuke kant van het verhaal, men wil het succesverhaal horen.” 

Kun je een voorbeeld noemen?

“’Ik wil ook wat jij hebt!’, roepen mensen vaak. ‘Ok, maar wil je dan ook wat het gekost heeft?’ Daar kun je makkelijk ‘ja’ tegen zeggen, maar in een week als vorige week sta ik ‘s ochtends om 05:45u op en kom ik tussen 22:00 en 22:30u ‘s avonds thuis. ‘Wil je dat?’”

Voelt het alsof het nu eenmaal zo is gelopen? Of had je altijd torenhoge ambities?

“Toen ik het mijn man Harold over trouwen had en ik opgooide dat ik heel graag kinderen wilde, zei ik in dezelfde zin dat ik dan veel minder zou gaan werken. Ik had helemaal bedacht hoe leuk dat ging zijn, ik als moeder. Ik ben een leuke moeder als ik er ben, maar ik merk dat ik een veel leukere moeder ben als ik er ook naast kan werken. Dat moet je thuis goed organiseren, continue de balans vinden.”

Verweten jij en je man elkaar dat jullie allebei zoveel wilden werken?

“Mijn man werkt als piloot voor de luchtmacht, dus wij hebben daar altijd hele goede afspraken over kunnen maken in samenwerking met defensie. Verder is hij ook de meest zorgzame van de twee. Het beeld dat ik had van mezelf wat ik zou worden – de altijd aanwezige en betrokken moeder – ben ik niet geworden.”

Ik las een onderzoek van Hoogleraar Belle Derks waarin ze aanhaalt dat je als vrouw wordt afgerekend op de werkvloer als blijkt uit bijvoorbeeld het ouderschap dat je ‘minder betrokken en zorgzaam bent dan de standaard’. Herken je dit?

“Ik ben heel openhartig over mijn persoonlijkheid. Als ik ergens kom werken vertel ik meteen wat mij energie geeft en energie kost. Ik zeg ook altijd: ik ben niet de commandant die maandagochtend op haar werk komt en bij het koffiezetapparaat vraagt of je een goed weekend hebt gehad. Ik ben wel degene die van iedereen weet of er een vader of een moeder een slechte gezondheid heeft, of een opa of oma, een kind. Ik ben alleen gewoon oprecht niet geïnteresseerd in wat iedereen doet in z’n weekend. Waarom zou ik het vragen als ik er dan vervolgens niet in geïnteresseerd bent? En overigens, uit mijn ervaring blijkt, als je zegt: ‘Ik ben daar niet zo goed in’, dan is men heel vergevingsgezind.”

Ben je als vrouw een andere leider?

“Een man bij een functioneringsgesprek vanochtend vertelde dat hij nog niet eerder voor een vrouw had gewerkt en dat het anders was. Ik stel andere vragen zei hij – niks gezegd over beter of slechter. Hij voelde zich gehoord, ik gaf hem ruimte.” 

Kun je je daarin vinden?

“Ik vind de man-vrouw vergelijking ingewikkeld, omdat je snel gaat generaliseren. Wat ik graag zou willen is dat vrouwen op leidinggevende functies vooral zichzelf blijven en niet proberen iemand anders te kopiëren. Blijf alsjeblieft jezelf.”

Bij WNL aan tafel zei je dat vrouwen een ander gesprek aan tafel meenemen. Wat bedoelde je daar dan precies mee?

“Ik stel als vrouw andere vragen. Dat hoor ik op elke functie waar ik wel eens heb gezeten. Ik zeg bijvoorbeeld: ‘Ik snap niet wat je bedoelt, ik kan je niet volgen. Kun je dat opnieuw uitleggen?’ Dat soort vragen zijn verdiepende vragen, in plaats van meteen roepen: ‘GO, GO GO!’ Snap je?”

Ik denk het! Eerder zei je: we moeten niet generaliseren. Vind je dat de verschillen tussen man en vrouw dan toch ‘gevierd’ moeten worden? Of: iemand is competent, man of vrouw maakt niet uit.

“Ik heb heel lang dat laatste gevonden, was tegen streefcijfers. Ik ben ook nooit aangesloten geweest bij een vrouwennetwerk. Ik dacht altijd: dat is niet nodig, het lukt heus wel als je hard werkt en je er altijd bent. Máár, ik ben van mening veranderd.”

Wanneer?

“Pas toen ik commandant van de vliegbasis Eindhoven werd.”

Er ontstond toen een discussie in de krant en op social media, die ging over de omvang van haar handen: ze zouden – letterlijk – te groot zijn. Haar jukbeenderen waren te scherp, haar haar was te kort, hakken te hoog, panty’s te licht.

“Het ging over m’n lijf en over m’n kleding, en helemaal niet over of ik die baan zou kunnen of niet. Als er ergens een man kolonel wordt: haalt het de krant niet eens. ‘Ja ik zie zo wel dat het een halve kerel is’, werd er geroepen.”

Pas toen realiseerde ze zich dat het wel uitmaakte.

“Ik verdiepte me in literatuur en sprak met andere vrouwen. Er is wel degelijk een glazen plafond. Het mannennetwerk zet eerst hun eigen netwerk in gevuld met – je raad het al – mannen.

Vrouwen zouden overigens hetzelfde doen als ze in de meerderheid waren, maar ja dat is natuurlijk niet het geval. Er moet gewoon een goede diverse balans zijn. Bij defensie is het bijna alleen maar wit en man. We hebben die vrouwen nodig binnen defensie, zodat er rolmodellen zijn voor andere vrouwen! We mogen deze generatie vrouwen niet mislopen. Vrouwen, kom werken bij defensie! Er zijn zoveel kansen voor jullie.”

Over het feit dat de Universiteit van Eindhoven vorig jaar besloot alleen nog maar vrouwen aan te nemen, daar mag iedereen van alles van vinden, dus jij ook.

“Het is echt wel een radicale stap.” Zegt ze met een brede glimlach, waaruit duidelijk blijkt dat ze achter de keuze staat.

Je vertelde aan het begin: men wil altijd het perfecte plaatje zien. Is het geromantiseerd, een functie aan de top?  

 “Ik heb het mezelf aangedaan. Sterker nog, ik weet niet of ik hier had gezeten, als ik het rustiger had aangedaan. Voor mannen geldt hetzelfde, ik denk dat weinig startende advocaten om 16:45 de deur achter zich dichttrekken. It takes money to make money. Is het beeld geromantiseerd? Ik denk het wel een beetje. Kun je er ook komen door niet hard te werken? In de meeste gevallen niet.”

Ligt dat aan het systeem? Of is het gewoon niet anders.  “Jazeker, het is natuurlijk een competitieve wereld. Een rat race. We weten zoiets alleen te keren als we leiders krijgen op belangrijke posities die dat tempo eruit gooien. Ik vraag wel eens aan vaders: je vindt dat je vrouwelijke collega fulltime moet werken als ze echt zo ambitieus is. Maar als je dochter later een kind heeft, geef je haar dan hetzelfde advies?”

Heb je tot slot een advies aan studenten?  

“Mijn grootste tip zal zijn….’ De telefoon gaat, haar zoon. ‘Die zal ik zo terugbellen!”

Er volgen vier tips.

“Tip dus: zet altijd je telefoon uit tijdens interviews, zelfs voor je kinderen’, knipoogt ze. “Goed, wees ambitieus, maar wees ook bereid er dingen voor in te leveren. Zorg daarnaast dat je trouw blijft aan jezelf. En tot slot: heb niet één rolmodel, en denk: dat wil ik ook. Kijk. Neem de tijd om naar mensen om je heen te kijken. Hoe doen zij hun werk? Als je denkt: dat wil ik ook leren, zorg dan dat je het leert! Nooit één iemand helemaal bewonderen.”

Dat is wel héél moelijk, als je tegenover Elanor zit.