Het verhaal achter de naam

door | 29 oktober 2020 | Meningen, Uitgelicht

Op een herfstige dag tweeëntwintig jaar geleden vond ik het na negen maanden vertoeven in mijn moeders buik wel mooi geweest. De naam Maaike was voor mijn ouders vanzelfsprekend; de achternaam van mijn vader iets minder. Niet omdat ze die zo lelijk vonden, maar omdat mijn moeder degene was die een kind op de wereld had gezet. Ik kreeg haar achternaam niet om een statement te maken, maar simpelweg als mooie gedachte. Een gedachte die mijn ouders drie jaar daarvoor bij mijn broer ook al hadden, maar toen nog niet konden uitvoeren.

In Nederland is het namelijk pas sinds 1998 mogelijk om voor de achternaam van de moeder te kiezen. Daarvóór gold dat kinderen altijd de naam van vaderlief kregen, tenzij het kind ‘onwettig’ was, ofwel niet door de vader erkend. Met de invoering van de Code Civil van Napoleon in 1804 werden familienamen voor het eerst geregistreerd en vervolgens van vader op zoon doorgegeven. De Code Civil is inmiddels zo’n twee eeuwen en vier feministische golven geleden, maar in de tussentijd lijkt er weinig te zijn veranderd.

In 1998 kreeg 6% van de kinderen de naam van moeders kant, twintig jaar later lijkt met 8% nauwelijks van de extra mogelijkheid gebruik te zijn gemaakt (bron: Sociale Verzekeringsbank). Dat heeft onder andere te maken met de regelgeving van nu, die inhoudt  dat een heteroseksueel stel automatisch de achternaam van vader doorgeeft, tenzij dat actief veranderd wordt door beide ouders. Mijn moeder had dus niet zonder mijn vader haar achternaam aan mij door kunnen geven. Moeders achternaam is mogelijk, maar daar is dan ook alles wel mee gezegd. De huidige wet is dus minder geëmancipeerd dan gedacht.

Mijn moeder had dus niet zonder mijn vader haar achternaam aan mij door kunnen geven. Moeders achternaam is mogelijk, maar daar is dan ook alles wel mee gezegd.

Veel ouders kennen een symbolische waarde toe aan een achternaam, omdat het de band bevestigt met hun kind. Bovendien kan het een naam zijn die van ‘man op man’ generaties lang is doorgegeven. Het punt is dat dat tot 1998 niet anders kon. Hoewel het inmiddels mogelijk is om voor de achternaam van de moeder te kiezen, wordt dit vaak nog als enorm statement gezien. Vrienden van mijn ouders vroegen zich af hoe mijn vader dat ooit goed kon vinden en kennissen konden niet anders concluderen dan dat dit op mijn moeders aandringen was gebeurd. 

Zo blijkt maar weer dat deze relatief kleine maatschappelijke kwestie deel uitmaakt van een groter probleem: de man is de norm, de vrouw de uitzondering. Ons denkpatroon is ingesteld op deze norm: bij een dokter of directeur denken we vaker aan een man en bij een achternaam denken we aan die van de vader. Zonder dat we het doorhebben maken we aannames die ervoor zorgen dat we niet of nauwelijks bij een andere keuze stilstaan, zoals de achternaam van moeder.

Maar waarom moet er eigenlijk een keuze gemaakt worden? In België, Noorwegen, Engeland, Frankrijk en Spanje kunnen ouders simpelweg beide namen aan hun kind doorgeven. 
Vera Bergkamp (D66) stelde daarom begin 2019 de Nederlandse regeling aan de kaak. Zij diende een motie in om een dubbele achternaam mogelijk te maken, tegen het advies van minister Sander Dekker in. Volgens hem was er een gebrek aan maatschappelijke relevantie, een petitie met elfduizend ondertekeningen bewees het tegendeel. De motie is inmiddels aangenomen, maar nog niet wettelijk vastgelegd. Laten we tot die tijd wat vaker voor moeders naam kiezen om de norm te doorbreken. Ik ben meer dan tevreden met de mijne!

Maaike Visser

Maaike Visser

Maaike studeert rechten in Utrecht en hoopt dat later te combineren met de psychologische kant. Ze schrijft artikelen over de heersende gendernormen en hoe dat - vooral op de werkvloer - ook anders kan.

Meer lezen?

De diepte in

Gouden tips

Meningen

Rolmodellen