Een rechtvaardige wereld begint bij je rode potlood

De wereld staat al een jaar in brand: je kon slechts machteloos vanaf de zijlijn toekijken hoe het coronavirus overal waar het opdook een smeulend spoor van ongeluk achterliet. Vanuit je 12-vierkante-meter-studentenkamertje wilde je van je laten horen, je stem verheffen, maar je wist misschien niet goed hoe – althans, dat is het sentiment dat mij lang heeft geteisterd. Onbewust leefde ik toe naar nu, lente 2021. Zon, langere dagen, nog langere wandelingen – maar vooral – weer een felbegeerd stukje controle. We mogen dit voorjaar namelijk collectief ons belangrijkste democratische privilege afstoffen. En tijdens die voorjaarsschoonmaak ga ik eens even flink huishouden – in het stemhokje welteverstaan.

Een krabbeltje in het rood in een verlaten buurthuis om de hoek: een ogenschijnlijk kleine daad, maar met een groot beoogd effect. Want na bijna een jaar jeukende handen, kan ik volgende week ein-de-lijk weer doen wat ik het ’t liefste doe: vechten voor mijn rechten. Dit keer niet zoals exact een jaar geleden tijdens de Women’s March met duizenden op het Museumplein, maar in de eenzaamheid van dat knullige buurthuis. De spreekwoordelijke middelvinger naar het systeem beperkt zich anno 2021 weliswaar tot het stemhokje, maar voelt als een groter voorrecht dan ooit. Eindelijk mag ik m’n quarantainepootjes weer uitsteken om te tornen aan de achterhaalde status quo.

Want kom nou, opnieuw genoegen nemen met het feit dat nog geen derde (!) van de Tweede Kamer vrouw is, is van de zotte. En dat aantal neemt jaarlijks niet toe, maar af. Geen wonder, als je ziet hoeveel seksistische ellende online trolls te pas en te onpas hun kant op spuien. De Groene Amsterdammer berichtte vorige week nog dat tien procent van de tweets die vrouwelijke politici ontvangen haatdragend zijn. Met uitschieters naar ruim 20 procent: zo kan Sigrid Kaag eens per kwartier rekenen op verwijten, verwensingen of erger. Maar ook Sylvana Simons, Kauthar Bouchallikht en Annabel Nanninga worden vrijwel voortdurend achtervolgd door een virtueel groepje seksistische hooivorkdragers.

Veel vrouwen gooien daarom bij voorbaat de handdoek in de ring en daar plukken wij de rotte vruchten van: wie verdedigt mijn belangen? Wie brengt een feministisch tegengeluid? Wie geeft een gil aan de andere kant van de Kamer wanneer een witte man van middelbare leeftijd met zijn fikken aan mijn rechten friemelt? Exact, de vrouw die ik op 17 maart de Kamer in ga stemmen. En de vrouw die jíj de Kamer in gaat stemmen. Want terwijl de crises ons om de oren vliegen en we al een jaar lang gedwongen achter de geraniums zitten, gaan jij en ik geschiedenis schrijven. Want we willen meer perspectieven, meer vrouwen, meer kleur, meer diversiteit en tja, gewoon een verdomd goed functionerende democratie – en spoiler alert: die ligt binnen handbereik. Pak je rode potlood maar.

Wie geeft een gil aan de andere kant van de Kamer wanneer een witte man van middelbare leeftijd met zijn fikken aan mijn Rechten friemelt?

Annemieke van Straalen

Annemieke van Straalen

Meer lezen?

De diepte in

Gouden tips

Meningen

Rolmodellen