Senator Mei Li Vos: “Durf je op je bek te gaan? Kom dan vooral in de politiek!”

Home > Magazine > Rolmodellen > Senator Mei Li Vos: “Durf je op je bek te gaan? Kom dan vooral in de politiek!”
mei li vos
Mei Li Vos is fractievoorzitter van en Eerste Kamerlid voor de PvdA. Ik interviewde haar over hoe ze gemotiveerd blijft, de soms vrouwonvriendelijke werkcultuur in Den Haag, en haar advies voor vrouwen met politieke ambities.

Door Nadine Hoen

Nadine is debattrainer én masterstudent journalistiek & filosofie. Alles wat ze weet over woorden, gebruikt ze graag om vrouwen bewust te maken van hun positie op de werkvloer en in de maatschappij.

19 april 2023

”Zal ik ooit een vast contract hebben?” en ”Kan ik ooit een huis kopen?”, zijn vragen die de startende jonge vrouw bezig houden. Iemand die zich hier al twee decennia zorgen over maakt, is senator Mei Li Vos. Ooit kwam ze op de kieslijst van de PvdA omdat de partij in haar de stem vond van de nieuwe arbeidersstrijd rondom flexwerk. Na een tijd in de Tweede Kamer, is ze nu al jaren fractievoorzitter van én Eerste Kamerlid voor de PvdA. Daar is ze onderdeel van het geweten van het politieke proces dat wetten uit de Tweede Kamer controleert op uitvoerbaarheid en grondwettelijkheid. “Soms voelen wetten namelijk wel als een lekker antwoord op een misstand, maar lossen ze het probleem niet op.” We spreken over haar motivatie, haar visie op de werkcultuur in Den Haag, en haar advies aan jonge vrouwen met politieke ambities.

Mei Li heeft een witte teddy trui aan, want de verwarming staat bij haar thuis altijd laag. Deels uit milieuoverwegingen, maar ook omdat het onbetaalbaar is geworden om een tochtig Amsterdams huis te verwarmen. Op haar rugzak zitten stickers met “Linkse Wolk? Ja, heel graag!”. Ze komt net terug van een basisschool in Amsterdam-West. Ze heeft daar ‘rupsje nooit genoeg’ voorgelezen aan de peuters van de voorschool. Waar ze zelf nooit genoeg van krijgt, is de politiek.

Mei Li Vos

De Linkse Wolk

Hoewel de PvdA er bij de Provinciale Statenverkiezingen een zetel bij kreeg, groeiden de partijen op rechts ook. Wat voor gevolgen heeft dat voor bijvoorbeeld het emancipatiebeleid of ander beleid dat op jongeren effect heeft?

“We kunnen de effecten nooit helemaal voorzien. Als ik kijk naar de verkiezingsuitslag en wie er gestemd heeft, dan hebben bij deze Provinciale Statenverkiezingen ouderen relatief vaker gestemd. Als alle jongeren waren gaan stemmen, waren andere partijen groter geweest. Partijen als GroenLinks, DENK, PvdD en Bij1 zijn populair onder die groepen omdat die hun stem vertegenwoordigen. Nu hebben jongeren het stemmen eigenlijk overgelaten aan ouderen, wiens stem nu ook meer zal doorklinken in de Eerste Kamer. De gemiddelde BBB-stemmer was in de regel bijvoorbeeld ook wat ouder. Dus ja, aan alle vrouwen die dit lezen: als je wilt dat er meer rekening wordt gehouden met jullie, dan moet je wel gaan stemmen!

Wat me daarentegen wel positief stemt, is dat we meer vrouwelijk leiderschap zien. Het partijleiderschap van Caroline van der Plas is onbetwist, wat je ook van haar programma vindt. Gelukkig vinden we het inmiddels normaal dat een vrouw leiding geeft aan een politieke partij. Denk ook aan Sylvana Simons, Attje Kuiken, Lilian Marijnissen, Esther Ouwehand en Sophie Hermans. Van links tot rechts is het normaal dat de partijleider een vrouw is. Dat is een grote winst van de emancipatie. Als ik nu binnen de PvdA kijk naar wie potentie heeft om ons te leiden, zijn dat ook voornamelijk vrouwen. Als je meer vrouwen op verkiesbare plekken zet, dan wordt het geen issue meer of iemand een man of vrouw is.”

Hoe was dat dan aan het begin van je politieke carrière en hoe ben jij uiteindelijk de kamer in gekomen?

“Toen ik begon was dat echt anders. Toen had je eigenlijk alleen maar mannen die de partij konden leiden, omdat die al jaren ervaring hadden opgebouwd. Als je begint in de politiek, weet je natuurlijk niks. Je moet misschien wel honderd keer op je bek zijn gegaan, voordat je mensen, processen en strategieën begrijpt én anderen ook zien dat jij potentie hebt.

Ik kwam ooit in de kamer omdat ik een vakbond opgericht had voor jongeren en flexwerkers. Onder andere voor mensen zoals jij die nooit een vast contract gaan krijgen in de journalistiek. Niemand om mij heen kreeg nog een vast contract en dus kon niemand een huis kopen. Het vrat me op dat mijn generatie hier tegenaan liep. Ik zag mensen die niet begonnen aan kinderen omdat ze geen huis hadden of om de twee jaar moesten verhuizen. Wouter Bos (destijds lijsttrekker van de PvdA, red.) zag toen een nieuwe strijd voor arbeiders: de kloof tussen vast en flex. Hij vroeg me op de lijst te komen om de stem van jongeren te vertegenwoordigen. Zo kwam ik vrij snel in de kamer.” 

Inmiddels zijn we twintig jaar verder en staan de arbeidsomstandigheden voor zzp’ers en flexwerkers nog steeds ter discussie. Ook op andere dossiers is de Linkse Wolk nog niet gerealiseerd. Wat houdt jou gemotiveerd?

“Mijn eerste grote op-mijn-bek-gaan-ervaring was precies dat. Ik dacht: ‘Ik kom in de kamer, ik schrijf even een notitie, en dan gaat alles veranderen.’ Maar het veranderen van een cultuur waarbij alle risico’s bij flexwerkers en jongeren liggen, gaat langzaam. Het veranderen van wetten ook. Er zijn zoveel belangen die in het geweer komen. Zo heeft de nieuwe minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid nu eindelijk plannen ingediend om de arbeidsomstandigheden voor dit soort groepen te verbeteren. Maar ook nu is het maar de grote vraag of dit een meerderheid gaat krijgen.

Wat mij op dat soort momenten gemotiveerd houdt, zijn alle kleine veranderingen; hoe meer mensen ik meekrijg, hoe meer we kunnen realiseren. Ik ben al blij dat we kunnen praten over dit soort dingen. Op heel veel andere vlakken zie ik natuurlijk wel vooruitgang. Maar het belangrijkste is: als wij de handdoek in de ring gooien, dan laat je het over aan de gevestigde orde. Dus je moet blijven vechten.

En soms heb je twee jaar lang helemaal niks bereikt. Dan moet je wel zorgen dat je elders geluk vindt. Dat je een hobby hebt, tuinieren ofzo, waar wel vooruitgang in zit. Je moet jezelf wel een beetje kunnen troosten.”

Sommigen wijten het verlies op links aan het gebrek aan idealen en het elitaire karakter van linkse partijen.

“We kunnen niet én regeringsverantwoordelijkheid nemen én honderd procent ons eigen programma uitvoeren. Een partij als PvdD kan dat wel; zij willen honderd procent zuiver blijven maar agenderen wel veel issues, ook erg nodig. De PvdA is van oudsher een partij die compromissen sluit om vooruit te gaan. Als je er eenmaal inzit is het moeilijk eruit te stappen en te zeggen dit gaat te ver. Je weet soms ook niet hoe het uitpakt. Als je geen risico’s wil nemen, moet je niet de politiek in gaan. Dan moet je vanaf de zijlijn vertellen dat het niet goed gaat. Die mensen hebben we overigens ook nodig, maar dat is niet wat de PvdA doet.

Dat elitair zijn is natuurlijk een frame dat rechts op links plakt. Als je al elitair bent met een academische opleiding en dat dan dus ‘fout’ is, waar zijn we dan? Dat is emancipatie! Mensen die zich buitengesloten voelen, dat vind ik een belangrijker probleem. Staan wij als partij open voor kritiek en kunnen we daar wat mee? Mensen hebben terecht commentaar op een overheid die wetten maakt die niemand meer begrijpt. Dan moeten we bereid zijn om naar hen te luisteren. In het begin is dat misschien irritant, omdat je ze niet begrijpt of raar vindt, maar hoor ze eens aan. Misschien is er wel wat geks aan de hand en moet het anders. Ik zou bijvoorbeeld graag het gesprek aangaan met een varkenshouder over waarom ik de bioindustrie onmenselijk vind, en hij niet. Ik laat het stempel van elitair niet zomaar op me plakken, maar als we niet hebben geluisterd, dan vind ik dat wél erg.”

Van links tot rechts is het normaal dat de partijleider een vrouw is. Dat is een grote winst van de emancipatie.

De (Haagse) werkcultuur

De afgelopen jaren kwamen er meerdere verhalen uit over seksuele intimidatie door Kamerleden. Afgelopen week maakte BOOS een item over voormalig PvdA-kamerlid Gijs van Dijk. Wat is jouw visie op de werkcultuur in Den Haag?

“Een onveilige werksfeer waarin intimidatie voorkomt is niet nieuw, dit is al vanaf het begin het geval. Wel leven we nu in een revolutionaire tijd: we durven eindelijk te praten over rare werksituaties, machtsmisbruik, dat je als nieuweling niet voor jezelf op kan komen. Dat doet soms pijn, maar het is ook erg bijzonder. Laten we er veel over schrijven en documenteren. Ik ben benieuwd hoe we over tien jaar terugkijken. Ik heb het zelf ook honderd keer meegemaakt en dacht altijd dat het normaal was. Maar het is niet normaal als iemand rare opmerkingen maakt, seksistisch is of je uitscheldt.

We moeten leren normaal kritiek op elkaars werk te leveren, zonder mensen een onveilig gevoel te geven. Met bijvoorbeeld Gijs van Dijk heeft de PvdA echt niet goed gehandeld. Dat heeft te lang door geëtterd. Hij gedroeg zich niet zoals het hoort. Het is soms moeilijk te bepalen wanneer je ingrijpt en hoe je dat dan effectief doet. Ik hoop dat het de laatste keer is dat er zo is geblunderd, want dat hebben we.”

Vorig jaar heeft Lilianne Ploumen ervoor gekozen zich terug te trekken als lijsttrekker omdat ze zichzelf niet geschikt vond. Daar kreeg ze toen wisselende reacties op: de één vond het een feministisch statement, de ander juist een stap terug in de emancipatie.

“Als zij dat zo voelde, moet ze die keuze maken. Meer mensen zouden dat moeten doen. Aan de andere kant is niemand geschikt in het eerste jaar van een nieuwe rol. Je moet jezelf gunnen om te onderzoeken of een functie bij je past en het is wel fijn als je omgeving je de tijd geeft om te groeien. Ik kan niet in haar hoofd kijken, maar als zij het echt niet leuk vond, dan heb je de vrijheid om te stoppen.

Wel zie ik nog te vaak dat er over vrouwen wordt gesteld dat ze ongeschikt zijn en dat ze aan hogere eisen moeten voldoen. Je moet én heel goed zijn, én strategisch, én hard werken, én er goed uitzien, én niet chagrijnig zijn, weet ik veel wat. We moeten naar een situatie waarin van vrouwen en mannen hetzelfde wordt verwacht. En dat er aan iedereen ruimte wordt gegeven om te falen en weer op te krabbelen.”

De carrièrekeuzes van vrouwen liggen sowieso onder vuur. Zo startte de overheid recent nog de campagne ‘Wil je meer werken? Laat het merken!’, om vrouwen tussen de 30 en 60 aan te zetten tot fulltime werken. Is dat wat emancipatie voor jou is?

“De generatie twintigers en dertigers hebben een veel beter evenwicht tussen werk en plezier. De vorige generatie vindt daarentegen dat je voltijds moet werken en je carrière je identiteit bepaalt. Ik denk dat veel problemen worden opgelost als zowel mannen als vrouwen vier dagen per week gaan werken. Maar voltijd, dat weet ik niet. Misschien vind je het leuk als je jong bent, maar later krijg je kinderen of heb je meer tijd voor jezelf nodig, en dat is oké. We moeten allemaal tot ons tachtigste werken, dus er zullen een paar jaar zijn dat je voltijds werkt, maar ook veel jaar niet.

Voor mij gaat het erom dat mannen en vrouwen dezelfde vrijheid voelen om iets meer of minder te werken. Ik denk dat we er dan wel komen. Als mannen of vrouwen zich door omstandigheden gedwongen voelen om heel veel te werken, of juist niet te werken, is hun vrijheid in het geding. De overheid heeft de taak om te zorgen dat iedereen vrij is om te kiezen hoe, waar en hoeveel ze willen werken.”

Met bijvoorbeeld Gijs van Dijk heeft de PvdA echt niet goed gehandeld. Dat heeft te lang door geëtterd.

De toekomst van ons politieke landschap

Je hebt zelf een dochter , wat zou je ervan vinden als zij de politiek in wil? Wat zou je haar en andere jonge vrouwen aanraden?

“Ik zou dat echt heel leuk vinden. Al doet ze het maar een aantal jaar in de gemeente, provincie of de wijkraad. Politiek actief zijn hoeft echt niet heel veel tijd te kosten. Ga dus vooral doen wat je leuk vindt, maar als je een tijdje ervaring hebt in een domein, kan je dat de politiek inbrengen en inzetten voor iedereen.

Daarom vind ik een lotingssysteem wel interessant. Dat je willekeurig wordt gekozen om je ervaring in te zetten voor iedereen. Er lopen in Den Haag veel mensen rond die als kind al zeiden ‘Ik wil politicus worden’. Te veel van dat soort types zorgt voor afstand tot de maatschappij. Zij weten niet hoe het is voor de klas te staan, in de zorg te werken, oud te zijn, of een onderneming te runnen. Een beetje ervaring in de wereld zou helpen, ook om de kloof tussen burgers en politici te dichten.

Ga dus vooral doen wat je van plan was, maar bedenk ook na een paar jaar of je de samenleving wil dienen door een paar jaar jouw ervaringen als politicus te delen. Politici die twintig jaar iets anders hebben gedaan, weten waar ze het over hebben. Het is nooit te laat om de politiek in te gaan, ook als je zeventig bent is dat een prima leeftijd.

Ga eerst lekker je opleiding afmaken, ergens werken, een relatie hebben en kom na je veertigste weer eens terug. Ga pas de politiek in als je bijvoorbeeld in een midlifecrisis zit en je huidige werk zat bent. Je kan zoveel vaker van carrière switchen dan vroeger en wel drie of vier verschillende carrières hebben. Als ik twintig zou zijn, zou ik dat een fijn idee vinden. Dan hoef je niet voor altijd te kiezen. Je kunt nog boer worden, voor de klas gaan staan, auto’s repareren, programmeren, en/of politicus worden. Dat is waanzinnig.”

Een laatste advies?

Durf op je bek te gaan en zorg dat je het met mensen kan delen. Dat is een goed advies voor alles.”

Ga pas de politiek in als je bijvoorbeeld in een midlife crisis zit en je huidige werk zat bent.

Deel deze pagina

Meer zoals dit

Zoek artikelen

Vers van de pers

We houden je graag op de hoogte, dus volg ons vooral op de socials!