Jacqueline Bel: “Vrouwen in de literatuur moeten serieus behandeld worden, niet als een aparte categorie”

Home > Magazine > Jacqueline Bel: “Vrouwen in de literatuur moeten serieus behandeld worden, niet als een aparte categorie”
Jacqueline Bel is hoogleraar moderne Nederlandse Letterkunde aan de Vrije Universiteit Amsterdam. In haar onderzoek focust ze zich op een echt Feminer onderwerp: (vergeten) vrouwelijke schrijvers in de Nederlandse literatuurgeschiedenis.

Door Tesse van der Linden

Tesse studeert Communicatie- en Informatiewetenschappen en heeft een passie voor taal, duurzaamheid en feminisme. Deze dingen combineert ze maar al te graag in de artikelen die ze schrijft voor feminer.

7 december 2023

door | 7 december 2023

Tijdens de lessen literatuurgeschiedenis op de middelbare school merkte ik op dat mijn docent veel boeken van mannelijke schrijvers aanraadde om te lezen voor de lijst. Op dat moment dacht ik er niet te veel van, de werken maken deel uit van de canon en daar zal wel een reden voor zijn. Als ik het een paar jaar later met vrienden over Nederlands op de middelbare heb, is er een patroon te zien. Bijna iedereen heeft dezelfde boeken gelezen, Het gouden ei, De avonden, Het diner. Kortom: allemaal boeken geschreven door mannen. Vrouwelijke schrijvers, die waren er toch wel? Hoe kan het toch dat hun boeken en verhalen zo weinig zichtbaar zijn? 

Jacqueline Bel, hoogleraar moderne Nederlandse Letterkunde aan de Vrije Universiteit Amsterdam, wil de verhalen van schrijvende vrouwen op de voorgrond zetten. In haar  boeken over de literatuurgeschiedenis, krijgen vergeten en onderdrukte vrouwelijke auteurs erkenning. Zo maakt ze de literatuurgeschiedenis breder, diverser en completer. Ik sprak haar over vrouwen in de literatuur, waarom zij worden vergeten en welke verhalen ze te vertellen hebben.

Een dag voor het interview is Jacqueline Bel met Nina Polak, die dit jaar gastschrijver is op de VU, en studenten Creatief Schrijven op bezoek bij schrijfster Marja Pruis. Hier spraken ze over haar laatste roman, ‘Huiswerk’. Veel vrouwen, auteurs en kritische denkers bij elkaar. Als ze even later haar boeken aan mij laat zien merkt Jacqueline Bel op dat er veel vrouwen op de kaft staan, “Er zit kennelijk toch wel een onbewuste rode draad in mijn belangstelling.” Deze rode draad viel mij tijdens het interview ook telkens weer op.

Vergeten vrouwen in de literatuur

Waar komt uw interesse en motivatie voor uw werk vandaan?

“Ik ben ooit Nederlands gaan studeren omdat ik dat geweldig leuk en interessant vond, en dat vind ik nu nog. Ik had ook een fantastische leraar Nederlands, de heer Boon. Dat is dus een meneer, maar wel iemand van wie ik veel geleerd heb. Verder ben ik van huis uit ook erg gestimuleerd om je te verdiepen in literatuur, kunst, filosofie – noem maar op. Mijn moeder heeft gestudeerd, wat voor die generatie niet zo vanzelfsprekend was. Ze was een van de weinige vrouwelijke studenten en heeft na haar rechtenstudie ook een tijd gewerkt als jurist. Tot ze moest stoppen omdat ze kinderen kreeg, want dat was in die tijd zo. Niet te geloven. Dankzij haar was studeren voor mij een voor de hand liggende keuze. Het werd Nederlands.”

“Ik ben opgegroeid met veel boeken, en in de jeugdliteratuur kwam ik veel goede vrouwelijke auteurs tegen. Annie MG Schmidt, Nienke van Hichtum, Tonke Dragt en Miek Diekman, het zijn allemaal goede vrouwelijke auteurs. Maar toen ik aan de literatuur voor volwassenen toe kwam, zag ik dat de focus vooral lag op mannen. Tijdens mijn studie werd al helemaal duidelijk dat de serieuze Nederlandse literatuur, zeker in die tijd, over mannen ging. Je had ‘de grote drie’, Willem Frederik Hermans, Harry Mulisch en Gerard Reve. Zulk soort dingen hechten zich in je hoofd. Er waren wel vrouwelijke auteurs, goede dichters als M.Vasalis, Ida Gerhardt en Judith Herzberg bijvoorbeeld, maar het idee was toch: uiteindelijk draait de literatuur om grote namen en dat zijn toch wel mannen. De verschillende literatuurgeschiedenissen bevestigden dat beeld. Dat heb ik altijd nogal vreemd gevonden. Waar waren auteurs als Carry van Bruggen, Maria Dermoût, Bea Vianen en Hella S. Haasse?”

Tijdens mijn studie werd al helemaal duidelijk dat de serieuze Nederlandse literatuur, zeker in die tijd, over mannen ging.

Kunt u wat meer vertellen over de boeken die u zelf schrijft en waarom?

“Na mijn studie ben ik promotieonderzoek gaan doen naar de literatuur in Nederland aan het eind van de 19e eeuw. Ik was benieuwd naar literatuur buiten de handvol auteurs die in de canon waren terechtgekomen en onderzocht welke auteurs destijds de aandacht trokken van de literaire critici. Toen kwam ik veel vrouwelijke auteurs tegen die op geen enkele manier in de literatuurgeschiedenis terug te vinden waren. Werk van een paar vrouwelijke auteurs was weliswaar populair in die tijd, maar werd wel echt gezien als een lager genre. Romans van vrouwen richtten zich op huis-, tuin- en keukenproblemen en vragen van de dag, zo was het idee. Kortom, hun werk was misschien aardig, maar niet geschikt voor de eeuwigheid. Een plaats in de literatuurgeschiedenis kregen ze in de meeste gevallen in ieder geval niet. Vrouwelijke auteurs werden – op een enkele uitzondering na in een veld vol mannen – niet goed behandeld in de literatuurgeschiedenis. Dat beeld was natuurlijk echt toe aan een flinke correctie.”

“Toen heb ik met een mannelijke collega, Thomas Vaessens, het boek ‘Schrijvende Vrouwen’ geschreven. Dat is een soort alternatieve literatuurgeschiedenis – een experiment waarin alleen de vrouwen waren opgenomen.”

”Later heb ik het boek ‘Bloed en Rozen’ geschreven [red.: over de geschiedenis van de Nederlandse literatuur, 1900-1945.], dat is echt een heel dik boek met in mijn ogen een feministische omslag. Hierin heb ik een literair breed beeld geschetst van de literatuur in Nederland en Vlaanderen. Ik heb echt geprobeerd om vrouwen een serieuze plaats te geven. Je wilt als schrijver natuurlijk graag een nieuw geluid laten horen en dat heb ik gedaan door niet alleen de canon, maar ook vrouwelijke schrijvers en dichters en minder bekende genres te belichten.” 

“In de jaren ’30 was er bijvoorbeeld een grote golf succesvolle vrouwelijke auteurs, onder wie Madelon Székely-Lulofs en Ina Boudier Bakker, maar die werden vaak zeer negatief benaderd. Zeker door mannelijke critici. De boodschap was: vrouwelijke auteurs, daar moet je alsjeblieft niet je tijd mee verdoen. Ze schreven ‘huiskamerromans’. Ina Boudier Bakker schreef toen de bestseller ‘De klop op de deur’. Een bekende grap in die tijd was: Ken je de klop op de deur? Niet opendoen…”

 

 

Vrouwelijke auteurs werden niet goed behandeld in de literatuurgeschiedenis. Dat beeld was natuurlijk echt toe aan een flinke correctie.

Schrijvende vrouwen

En wat was het doel van het boek ‘Schrijvende Vrouwen’? 

“We wilden vrouwelijke auteurs niet weer in een soort hoek duwen en ze als een aparte soort zien. Ze waren al zo vaak apart gezet. De studie van Erica van Boven gaat in op deze problematiek, haar boek heet ‘Een Hoofdstuk Apart’. Thomas Vaessens en ik wilden vooral nagaan wat er gebeurt als je al die vrouwen aandacht geeft en alleen hun verhaal vertelt. We moesten ook hier overigens nog een selectie toepassen, want er bleken zoveel bekende en minder bekende vrouwelijke auteurs, zoals Josepha Mendels en Ida Simons, te bestaan. Ik vond het resultaat uiteindelijk wel opzienbarend: er was zoveel vrouwelijk talent.”

 

 

Bent u tijdens het schrijven opvallende dingen tegengekomen?

“Ik vond het in ieder geval heel mooi om te zien hoe rijk de oogst was. Die veelheid, kleurrijkheid en diversiteit aan talent vond ik heel interessant. Maar wat ik echt erg vond is dat van sommige auteurs helemaal geen edities meer verkrijgbaar waren. Sommige auteurs die al overleden waren, maar nog niet eens heel lang, daar kon je nergens meer boeken van krijgen en zeker geen verzameld werk.”

“Je kan er als schrijver ook bijna niet voor zorgen dat jouw werk na je dood nog onder de aandacht van mensen komt. Als auteurs in schoolboeken terechtkomen dan hebben ze een kans, maar als dat niet zo is dan zakken ze gewoon langzaam weg in de vergetelheid. Dat proces werd mij tijdens het onderzoek heel duidelijk.”

Ongelijke verdeling

Het patroon dat schrijvers wegzakken in het culturele geheugen, is dat prominenter aanwezig bij vrouwelijke schrijvers?

“Dat denk ik wel. Vrouwen tellen nog niet zo lang mee in de literatuur en hebben om die reden nog geen stevige positie in de literatuurgeschiedenis. Nu er minder aandacht is voor literatuur in het algemeen – zowel op school als in de maatschappij – raakt dat natuurlijk ook vrouwelijke auteurs.”

Merkt u die ongelijke verdeling ook op in de literaire wereld?

“Het is heel erg veranderd in de laatste decennia, er is nu veel meer aandacht voor vrouwelijke auteurs. Er zijn ook veel goede vrouwelijke auteurs en critici, dat scheelt ook. Denk aan Anjet Daanje, Connie Palmen en Dido Michielsen om dichters als Anneke Brassinga en Lieke Marsman niet te vergeten. Ik kan er zo nog een hoop opnoemen. De ontwikkeling die ik net schetste is denk ik problematischer. Er wordt veel minder gelezen en er is op dit moment veel minder aandacht voor het literaire verleden en voor literatuur op school. Het wordt dan heel lastig om het beeld van de canon* representatiever te maken. Het is überhaupt lastig om ervoor te zorgen dat er iets doorgegeven wordt van de canon. Ook veel jonge docenten hebben minder gelezen.” 

*De canon is een selectie van literaire werken die als belangrijk, invloedrijk en representatief worden beschouwd voor de Nederlandse literatuurgeschiedenis. De inhoud van de canon wordt als essentieel beschouwd om te lezen binnen het Nederlands onderwijs.

Hoe denkt u over de canon in het literatuuronderwijs?

“Ik ben heel kritisch ten aanzien van de canon die vooral wit en mannelijk is. Mijn boeken zijn daar een illustratie van. Ik probeer in mijn werk een correctie aan te brengen op de canon, op een andere manier naar literatuur uit verleden en heden te kijken. Maar dat betekent niet dat je alles in de canon maar moet schrappen of vervangen door volkomen willekeurige werken. Er zijn ook hele goede boeken in de canon waarvan ik vind dat je ermee in contact moet komen op de middelbare school, werken die iedereen zou moeten lezen. Literatuuronderwijs op school is zo belangrijk, het is eigenlijk de enige manier om grote groepen iets mee te geven op cultureel en literair gebied. Je geeft iedereen de kans om kennis te maken met een soort kunstvorm, ook degenen die niet uit een cultureel nest komen. Dit moet je eerst leren waarderen, maar voert je dan mee naar andere werelden, laat je een ander perspectief innemen, zet je aan het denken en scherpt je taalvermogen aan.” 

“Daarbij is het belangrijk dat je ervoor zorgt dat er boeken zijn met een open boodschap, zeker voor jonge kinderen. Ze moeten al vroeg kennis maken met verschillende perspectieven en onderwerpen, dat is echt nodig. Vroeger was ik niet voor vereenvoudigde edities van literaire werken, maar nu denk ik dat je zo niet alleen kinderen maar ook brede groepen in de maatschappij kunt bereiken.”

“Kritisch leren lezen is ook belangrijk. Als je alleen maar romans onder de ogen krijgt waar lieve, gelukkige mensen in voorkomen die een positief voorbeeld zijn voor de lezer, dan is dat natuurlijk geen reëel beeld van de werkelijkheid. Literatuur heeft ook een functie om je kennis te laten maken met andere werelden en andere visies. Op school moet je leren om daar kritisch mee om te gaan. Je hebt maar een beperkt aantal teksten die je op de middelbare school echt goed onder de aandacht kunt brengen, dus daar moeten we zorgen voor diversiteit. Werk van zowel mannelijke als van vrouwelijke auteurs – met een verschillende achtergrond, waarbij ook verschillende soorten boeken aan bod komen.”

Wat is het verschil tussen de rol van vrouwen in de literatuur nu en in de periode die u heeft onderzocht?

“Toen, eind 19e eeuw, waren vrouwen echt nog een andere klasse, er was bijvoorbeeld nog geen vrouwenkiesrecht. Je zag dat werk van vrouwen in de literatuur vrijwel standaard werd voorzien van het label ‘damesroman’ en ‘romannetje’. Ze werden steevast weggezet als minderwaardig – serieuze literatuur was van en voor mannen. Op een gegeven moment konden critici er niet meer omheen dat vrouwen ook talentvol waren, niet alleen omdat hun werk heel populair was. Op dit moment worden vrouwen in de literatuur veel meer serieus genomen en niet telkens apart gezet. Dat is een groot verschil. En dat is mooi.”

Vrouwelijke schrijvers werden steevast weggezet als minderwaardig – serieuze literatuur was van en voor mannen.

Zijn er recente ontwikkelingen in de literaire wereld die uw aandacht hebben getrokken?

“Er zijn op dit moment eigenlijk twee bewegingen: aan de ene kant is er de laatste decennia veel meer aandacht voor vrouwelijke auteurs, ze krijgen bijvoorbeeld ook vaker dan vroeger een literaire prijs. Ook is er meer algemeen – terecht – de roep om meer diversiteit in de literaruur – voor auteurs met een andere culturele achtergrond, of ze nu man of vrouw zijn. Maar aan de andere kant wordt er op dit moment zo weinig gelezen dat je blij moet zijn dat er überhaupt nog literatuur gelezen wordt. Ook als dat alleen de hoogtepunten zijn. Het is eigenlijk voor alle auteurs moeilijk om een plaats in de literaire arena te winnen. Het gezegde luidt: wie schrijft blijft, maar het is anders: wie schrijft wordt, zeker nu, ook snel vergeten. Dat is een rare strijd. Het is dus belangrijk om goede werken en auteurs naar voren te schuiven, zowel van mannen als vrouwen. 

Aan de ene kant is er veel meer aandacht voor vrouwelijke auteurs, maar aan de andere kant wordt er zo weinig gelezen dat je blij moet zijn dat er überhaupt nog literatuur gelezen wordt.

De boodschap van schrijvende vrouwen

Wat kunnen we leren als we naar vrouwelijke schrijvers luisteren?

“Van alles, want er zijn natuurlijk heel veel verschillende soorten vrouwelijke auteurs. Sommige vrouwen nemen bijvoorbeeld een heel vrouwelijk perspectief aan – wat dat ook precies moge zijn – en anderen niet. Ik wil ze dan ook zeker niet allemaal over een kam scheren. Vrouwen zijn heel verschillend, dat zie je op allerlei gebieden. Het lijkt me heel belangrijk om gelijkheid na te streven, het moet uiteindelijk niets uitmaken of je in de literatuur met een man of vrouwe te maken hebt. We moeten naar een inclusiever waarderingssysteem, waarin kritiek ook een rol speelt, en waarin vrouwen serieus worden behandeld en niet als een aparte categorie. Zie literatuur als een kunstvorm waarbij het bij wijze van spreken niet uitmaakt of er een man of een vrouw aan het woord is.” 

We moeten naar een inclusiever waarderingssysteem, waarin kritiek ook een rol speelt, en waarin vrouwen serieus worden behandeld en niet als een aparte categorie.

Heeft u nog een boodschap die u mee wilt geven aan onze lezers?

“Ik ben niet iemand die wijze lessen geeft, maar het is denk ik altijd goed een open blik te houden met aandacht voor diversiteit, in de breedste zin van het woord.”

  • Tesse van der Linden

    Tesse studeert Communicatie- en Informatiewetenschappen en heeft een passie voor taal, duurzaamheid en feminisme. Deze dingen combineert ze maar al te graag in de artikelen die ze schrijft voor feminer.

door | 7 december 2023

Meer zoals dit

Zoek artikelen

Vers van de pers

We houden je graag op de hoogte, dus volg ons vooral op de socials!