Het is waarschijnlijk al een poosje geleden dat jij je laatste geschiedenisles gehad hebt. Dat neemt niet weg dat het nog steeds belangrijk is en we er iets van kunnen leren. In het tweede artikel in deze reeks kijkt Feminer naar de tweede feministische golf, waarin economische zelfstandigheid, deelname aan hoger onderwijs en seksuele bevrijding centraal staan. Hoe hebben deze ontwikkelingen bijgedragen aan meer gendergelijkheid op de werkvloer? 

De tweede feministische golf vond plaats tussen 1960 en 1980. In 1955 zorgde Corry Tendeloo er al voor dat vrouwen niet meer als handelingsonbekwaam werden gezien, dit was een belangrijke ontwikkeling, maar gelijkheid tussen mannen en vrouwen was nog lang geen feit. Aan het begin van de tweede feministische golf had slechts 16 procent van de vrouwen een betaalde baan en waren er nauwelijks kinderopvangvoorzieningen. En áls vrouwen al betaald kregen voor het werk, was dat over het algemeen minder dan wat op het loonstrookje van de man stond. Een belangrijk strijdpunt van de tweede feministische golf was dan ook de herverdeling van betaalde en onbetaalde arbeid en betaalbare crèches. De tweede feministische golf begon met de oprichting van de Man-Vrouw-Maatschappij (MVM) door Joke Smit. Een jaar later werd Dolle Mina opgericht. Beide groepen maakten zich sterk voor onder andere de afschaffing van wettelijke discriminatie van vrouwen, kinderopvang, vrouwenarbeid en keuzevrijheid bij abortus.

De Dolle Mina’s trokken de aandacht door middel van opvallende acties. De bekendste actie blijft hun protest seksuele bevrijding met de bekende leus ‘Baas in eigen Buik’, een uitdrukking die nog altijd veel wordt gebruikt. Met deze actie streden feministen voor het recht op abortus en anticonceptie, en met succes. Indirect draagt deze seksuele bevrijding bij aan de carrièremogelijkheden van de vrouw, doordat zij nu de mogelijkheid heeft om zelf de keuze te maken of en wanneer zij kinderen krijgt. Ook vrouwen die wel kinderen hadden konden langer blijven doorwerken door de komst van meer en goedkopere kinderopvang. Zo was de man niet de enige kostwinner in huis. Deze economische zelfstandigheid is erg belangrijk voor de emancipatie van de vrouw.

Ook de deelname van vrouwen aan het hoger onderwijs zorgde voor veel verandering. Na het basisonderwijs gingen veel vrouwen naar de huishoudschool waar zij opgeleid werden tot huismoeder. Toch wilden veel vrouwen meer uit het leven halen, zo was het veel gelezen artikel ‘het onbehagen van de vrouw’ van Joke Smit heel herkenbaar. Er ontstond een beweging van vrouwen die verandering wilde op gebied van scholing. Op 1 augustus 1968 werd de Mammoetwet aangenomen, deze wet zorgde voor de afschaffing van de huishoudschool en de introductie van het voortgezet onderwijs zoals wij dat nu kennen, met een mavo, havo en vwo. Hierdoor konden vrouwen langer doorstuderen en werden de mogelijkheden na hun opleiding uitgebreid. Zo kwamen zij een stapje dichterbij de baankansen van de man.

Deze ‘stapjes’ uit het verleden hebben gezorgd voor de grote veranderingen die we nu zien ten opzichte van 100 jaar geleden. Toch blijft het tot op de dag van vandaag nodig om nog meer stappen te zetten op weg naar een toekomst waarin gender geen rol speelt in carrièrekeuzes en-mogelijkheden.