“Oneerlijke taal sluit iedereen behalve mannen uit”, aldus Theresa Redl. In mijn interview met de onderzoekster kwam een duidelijk probleem naar voren: de man is nog steeds de norm in taal. Dat zorgt ervoor dat vrouwen bij bepaalde vacatureteksten bijvoorbeeld minder geneigd zijn om te solliciteren. Wie zich inzet voor gelijke kansen, zal dit te allen tijde uit de weg willen gaan. Dat begrijpen wij bij Feminer als geen ander! Daarom hebben we Theresa om wat praktische tips gevraagd.

‘Neutrale taal’

Laten we eerst nog even terugblikken op waar dit nou precies over gaat. Theresa deed onderzoek naar ‘generiek masculiene’ woorden. Dat zijn woorden die grammaticaal mannelijk zijn, maar die wel kunnen worden gebruikt om iedereen aan te duiden. Denk bijvoorbeeld aan iets als: elke student moet zijn opdracht op tijd inleveren. Dan is het woordje ‘zijn’ dus generiek mannelijk gebruikt. Wat blijkt: hoewel woorden als ‘hij’ en ‘zijn’ officieel neutraal gebruikt kunnen worden, interpreteren mensen het tóch als mannelijke woorden. Het kan dan zijn dat vrouwen zich minder met de tekst identificeren.

“Als je bijvoorbeeld aan een sollicitatiecommissie een functieomschrijving geeft waarin ‘de sollicitant’, ‘hij moet dit kunnen’ en ‘zijn cijfers moeten zo hoog zijn’ staan, dan gaat de sollicitatiecommissie eerder voor een man. Puur omdat die mannelijke woorden in de omschrijving van de baan zijn gebruikt. En we zien ook dat dit ervoor zorgt dat vrouwen minder snel solliciteren”, legde Theresa eerder uit. De taal die we nu gebruiken zorgt in sommige gevallen dus voor ongelijke kansen op de arbeidsmarkt, en bovendien voor minder gelijkheid op de werkvloer. Het is belangrijk om je daar bewust van te zijn, en je taal aan te passen als je met bijvoorbeeld collega’s praat. Hoe? Theresa heeft tips.

De taal die we nu gebruiken zorgt in sommige gevallen voor ongelijke kansen op de arbeidsmarkt, en bovendien voor minder gelijkheid op de werkvloer.

genderneutraal taal
1. Gebruik het meervoud

Als ‘de student en zijn opdracht’ niet neutraal is, wat dan wel? Het veiligst is altijd het meervoud gebruiken, legt Theresa uit. Dat kun je bijvoorbeeld doen in mails, vacatures of instructies – zoals regels over de vaatwasser voor die ene medewerk(st)er die kopjes altijd op het aanrecht zet (ugh). Kies dan dus niet voor ‘de medewerker dient zijn kopje in de vaatwasser te plaatsen’ maar voor ‘medewerkers dienen hun kopjes in de vaatwasser te plaatsen’.

Zo zorg je er niet alleen voor dat je geen ‘zijn’ of ‘haar’ hoeft te zeggen, maar het is ook nog eens zo dat mensen minder geneigd zijn het gender van een hele groep mensen in te vullen – simpelweg omdat dat meer moeite kost. Als je ‘de medewerker en zijn’ leest, vult je hoofd in dat het over een man gaat; bij ‘de medewerkers en hun’ gebeurt dat minder.

genderneutraal taal
2. Houd rekening met wat mensen zélf willen

In mijn interview met Theresa vroeg ik haar of ze liever ‘onderzoeker’ of ‘ onderzoekster’ wilde worden genoemd. Het laatste, gaf ze aan, want ze komt oorspronkelijk uit Oostenrijk en in het Duits is het normaal om élk woord een geslacht toe te kennen. Iemand anders zou de voorkeur aan ‘onderzoeker’ kunnen gegeven, gezien die variant officieel ‘neutraal’ is (alleen wordt ‘ie dus niet zo geïnterpreteerd). Of jij een ‘onderzoeker’ of ‘onderzoekster’ wilt zijn, zou je helemaal zelf moeten mogen bepalen.

Het is de moeite waard om dit gesprek aan te gaan met elkaar, zeker op de werkvloer. De eerste stap naar neutralere taal – of in ieder geval naar taal die voor iedereen werkt – is immers het bewustzijn van wat we nu zeggen en wat we eigenlijk zouden willen. Dit geldt natuurlijk ook voor persoonlijke voornaamwoorden als hij/zij/hen en zijn/haar/hun.

genderneutraal taal
3. Zou je dit ook over een man zeggen?

Over die bewustwording gesproken: dat geldt dus niet alleen voor grammaticale verwoordingen, maar ook voor stereotypen. Denk bijvoorbeeld aan succesvolle vrouwen die nog steeds moeten uitleggen ”hoe ze hun baan met het moederschap combineren”. Of aan speculaties over hakhoogte van een vooraanstaande vrouw – en welk statement ze daar dan wel of niet mee zou maken. Dat zijn reacties waar vooral vrouwen mee te maken hebben. “Iemands kleding omschrijven doe je ook niet zo snel bij een man”, aldus Theresa.

Voor het vermijden van stereotypen is niet echt een taalkundige oplossing, maar er is wél een vraag die je jezelf kunt stellen als je over een vrouw praat: zou je dit ook over een man zeggen? Zo nee: in de prullenbak ermee.

Feminer Encyclopedie
  • Persoonlijke voornaamwoorden (pronouns) zijn woorden die verwijzen naar een persoon of meerdere personen, zoals ‘ik’, ‘jij’, ‘hij’, ‘zij’, ‘wij’ en ‘ jullie’. Dit zijn woorden die we al eeuwen gebruiken, maar de afgelopen jaren is er meer aandacht voor vanwege het gebrek aan een genderneutraal voornaamwoord voor de derde persoon enkelvoud, bijvoorbeeld voor non-binaire mensen. Een oplossing daarvoor is om ‘hen’ of ‘die’ te gebruiken. 
  • Generiek masculine woorden zijn woorden die grammaticaal mannelijk zijn, maar die wel kunnen worden gebruikt om iedereen aan te duiden. Denk bijvoorbeeld aan iets als: elke student moet zijn opdracht op tijd inleveren. Dan is het woordje ‘zijn’ generisch mannelijk gebruikt. Deze generiek masculine woorden worden echter minder neutraal opgevat dan ze zouden moeten zijn.