De lijstjeskampioenschappen

Ik ben een fanatiek supporter van ons land tijdens de lijstjeskampioenschappen. Of het nu gaat om inkomensongelijkheid, sociale zekerheid of geluksgevoel, Nederland doet altijd mee om de eerste plekken. Onze eeuwige rivalen zijn de Scandinaviërs, die ons bijvoorbeeld net aftroeven in het lijstje van gelukkigste landen ter wereld. Een nieuw jaar betekent nieuwe lijstjes. En dus zat ik afgelopen maand vol goede moed om bevestigd te worden in wat ik al dacht: we zijn lekker bezig. Des te pijnlijker was het om te horen dat we dit jaar 11 plaatsen gezakt zijn op de Global Gender Gap. Niet vanuit de top 5, waar we onszelf zouden verwachten, maar van plaats 27 naar plaats 38. Geen wereldkampioen, maar een bovengemiddelde middenmoter. De ongelijkheid tussen mannen en vrouwen is afgelopen jaar alleen maar groter geworden. Beschamend voor een land als Nederland.

Pijnlijke waarheden maken ongemakkelijk. Zo staan we bij een ander lijstje wel bovenaan: Nederlandse vrouwen zijn wereldkampioen deeltijdwerken. Driekwart van de Nederlandse vrouwen werkt deeltijd, twee keer zoveel als in België. Is dat erg? Ik denk van wel. Door de deeltijdcultuur zijn vrouwen vaak afhankelijk van hun partner, geraken ze minder snel aan de top en besteden ze twee keer zoveel tijd aan zorgtaken dan mannen. Als we de genderongelijkheid aan willen pakken, moeten we onderzoeken waarom vrouwen zoveel in deeltijd werken en wat we hieraan kunnen doen.

De meningen over de oorzaken lopen uiteen, en overtuigende wetenschappelijke bewijzen ontbreken. Columniste Vala van den Boomen schrijft dat Nederlandse vrouwen simpelweg niet meer wíllen werken. Quote hoofdredacteur Sander Schimmelpenninck sluit zich daar in zijn veelbesproken column bij aan en noemt het een egoïstische keuze om thuis te blijven zitten.

Deze argumenten gaan ervan uit dat je als individu helemaal vrij bent om te kiezen wat je wilt. Wil je genderongelijkheid oplossen? Doe dan wat beter je best! Op zich een interessante invalshoek, maar Vala en Sander zien iets over het hoofd. Ik denk dat je nooit écht vrij bent om te kiezen wat je wilt. De structuren waarin we leven hebben ook invloed op ons gedrag. It’s the system, man.

Wanneer je als man een kind krijgt mag je in Nederland vijf dagen met verlof. Vijf! Daarna moet je weer aan de bak. In een pasgeboren gezin worden patronen gesmeed die vaak een leven lang dooremmeren. Als het zwangerschapsverlof van de vrouw af is gelopen, ligt het daarom meer voor de hand dat zij deeltijd gaat werken dan andersom. Bovendien is kinderopvang in Nederland onbetaalbaar en sociaal niet geaccepteerd. Ik vond mijn vriendjes en vriendinnetjes die naar de naschoolse opvang moesten zielig. Dat hoorde niet, je hoorde thuis te zijn bij (meestal) mama. Gelukkig gaat de duur van het vaderschapsverlof omhoog in 2020, maar we hebben nog een lange weg te gaan. Bij de lijstjeskampioenen in Scandinavië is het wel even anders geregeld. In IJsland krijgen beide ouders drie maanden betaald verlof. In Zweden krijgen ouders samen zestien maanden om te verdelen, waarvan er drie naar de vader moeten gaan. Je betaalt er omgerekend 135 euro per maand voor kinderopvang. In Nederland is dat bijna 1500 euro. Wie staan er bovenaan de Global Gender Gap? Verrassing: de Scandinaviërs.

Vrouwen én mannen zijn uiteindelijk ook maar producten van de normen en tradities waarmee ze opgroeien. Het is onmogelijk om ergens een verantwoordelijke of een schuldige aan te wijzen. Zoveel valt er niet te kiezen in een sociaaleconomisch systeem dat vrouwen tegenhoudt om meer te gaan werken. Als we ooit wereldkampioen gendergelijkheid willen worden, zal er dus ook van bovenop verandering moeten komen. De overheid moet zijn verantwoordelijkheid nemen. Dan kan ik weer lekker gaan zitten voor de lijstjeskampioenschappen.