Als een man je ooit op een betuttelende manier iets heeft uitgelegd waar jij zelf genoeg vanaf weet, dan heb je te maken gehad met mansplaining. Deze term wordt tegenwoordig vaak gebruikt en is niet te missen in je feministische woordenschat, maar dan is het wél handig om de context te kennen. Bij Feminer nemen we geen genoegen met hippe buzzwords – daarom spraken wij een expert over dit fenomeen en zochten we de nuance op. Kunnen vrouwen zich bijvoorbeeld ook schuldig maken aan mansplaining? En wat is eigenlijk het verschil tussen mansplaining en explaining?

‘‘Weet je zéker dat je zo heet?’’

Een poosje geleden was ik bij een vriend over de vloer, samen met wat andere vrienden. De huisgenoot van onze gastheer sloot zich bij ons aan, dus ik stelde me netjes voor. ‘‘Hoi, ik ben Ghislaine (uitgesproken als: Kieslène)’’, zei ik. De betreffende huisgenoot trok zijn wenkbrauw op en zei: ‘‘Weet je zeker dat het geen Ghislaine (uitgesproken als: Zjielèn) is?’’ Ik kon even niks meer uitbrengen. Dacht deze man nou écht dat ik zelf niet wist hoe mijn eigen naam uitgesproken wordt? Na een paar seconden stilte barstten we allemaal in lachen uit en realiseerde hij zich wat voor bizarre opmerking hij had gemaakt. Hij stamelde met een rood hoofd: ‘‘Uh, ja, nee, ik ken iemand…’’

Dit voorbeeld doet het nog steeds goed als een komische anekdote op borrelavonden, maar het zit me nog altijd niet lekker. Waarom was zijn eerste reflex om mij te verbeteren, over iets waar ik duidelijk gelijk in had? Toen ik deze vraag voorlegde aan mijn vriendinnen, kwam de term ‘mansplaining’ ter tafel. Een man die een vrouw eens haarfijn uitlegt hoe het allemaal zit, terwijl zij op dat gebied de expert is. Aha, een mannelijke betweter, daar ken ik er wel een paar van. En daar blijk ik niet de enige in te zijn.

De pseudo-connaisseur

De populariteit van de term mansplaining is terug te herleiden naar het essay Men Explain Things to Me: Facts Didn’t Get in Their Way, van Rebecca Solnit. Zij schreef dit essay naar aanleiding van een gesprek dat ze voerde op een feestje. Ze vertelde aan een stoffig type over haar werk als schrijfster en over de meest recente biografie die zij had geschreven over Eadweard Muybridge, een fotograaf. Haar gesprekspartner onderbrak haar en vroeg of ze dan dat héle belangrijke boek over Muybridge had gelezen, dat in hetzelfde jaar was uitgekomen. Met een zelfingenomen blik ratelde hij door over het boek in kwestie, waarna Solnits vriendin Sally hem tot vier keer toe onderbrak met: ‘‘Dat is háár boek!’’

Voor even was hij met stomheid geslagen, maar dat weerhield hem er niet van om alsnog de expert te spelen. Dat terwijl hij het boek zelf niet eens had gelezen, maar slechts een review in The New York Times

Dit verschijnsel zou later bekend worden als mansplaining. Hoewel Solnit het woord zelf niet gebruikt in haar stuk, bleek haar essay een katalysator te zijn voor de opkomst van de term en de verspreiding ervan. Sindsdien is er een overvloed aan informatie en meningen te vinden over dit onderwerp, dus om orde te scheppen in de chaos schakelden wij een hulplijn in. Garjan Sterk is coördinator van het interfacultaire netwerk Gender & Diversity Studies bij de Radboud Universiteit, zij had wel tijd voor een belletje om al onze prangende vragen te beantwoorden. 

Dat mansplaining vervelend is, blijkt wel uit de talloze artikelen die erover zijn geschreven. Maar is het ook echt schadelijk?

‘‘Het is altijd schadelijk om niet te erkennen dat wat een vrouw zegt, van waarde is. Je kunt op dat moment namelijk voelen dat je niet serieus wordt genomen, hierdoor kunnen vrouwen aan zichzelf gaan twijfelen. Daarnaast betekent het dat vrouwen minder kansen krijgen op de werkvloer, aangezien hun talenten niet worden gezien, genegeerd worden, of overstemd worden. Je kunt het ook nog verder trekken, denk hierbij bijvoorbeeld aan mannen die zich bemoeien met discussies over abortus. Ook dat is een schadelijke vorm van mansplaining, met alle gevolgen van dien.’’

             Het is altijd schadelijk om niet te erkennen dat wat een vrouw zegt, van waarde is

Met de paplepel ingegoten

Garjan vertelt mij dat socialisatie een belangrijke rol speelt in het (voort)bestaan van mansplaining: mannen leren zichzelf te overschatten, terwijl vrouwen verteld wordt dat ze bescheiden moeten zijn. Het is als vrouw vooral niet de bedoeling dat je je kop boven het maaiveld uitsteekt.

Dat is ook wel te zien aan de haat die vrouwelijke politici over zich heen krijgen. 10% van de aan hen gerichte tweets is haatdragend of bedreigend (bij Sigrid Kaag is dat zelfs 22% en in realiteit liggen deze percentages waarschijnlijk nog hoger). De meeste van deze verwensingen zijn dan ook seksistisch van aard. ‘‘Begint met z en eindigt op eikwijven.’’ ‘‘Ach, ze heeft ook weer een mening.’’ ‘‘Wat doen al die wijven tijdens etenstijd bij een talkshow? Moeten hun mannen niet eten?’’ Anders gezegd: ken je plek, hou je bek. What’s new.

Door mansplaining worden vrouwen nog verder in deze ‘bescheiden’ rol geduwd. Er wordt hen aangeleerd dat iemand anders (een man) het toch wel beter weet. En zo dendert de vicieuze cirkel maar door. Garjan vertelt dat ze vrouwen heeft getraind om te spreken in de media, toen ze nog bij de NPO werkte. ‘‘Het eerste dat die vrouwen moesten afleren, was zeggen: ‘‘Oh, vraag je mij? Ik weet er niet zoveel vanaf hoor!’’ Om de media vervolgens door te verwijzen naar een man – terwijl ze zelf ook expert waren op dat gebied.’’

Elk individueel geval van mansplaining lijkt dus onschuldig, maar niets is minder waar. Het draagt bij aan een systeem van onderdrukking van de stem van een vrouw. Blaffende honden bijten dus wel degelijk.

Solnit verwoordt deze gang van zaken prachtig: ‘‘It crushes young women into silence by indicating (…) that this is not their world. It trains us in self-doubt and self-limitation just as it exercises men’s unsupported overconfidence.’’

Blaffende honden bijten dus wel degelijk

Rebecca Solnit stelt in haar artikel dat mansplaining geen universeel gebrek van gender is, maar een kruising tussen overmoed en onwetendheid, waar een stukje gender in verstrikt raakt. Betekent dit dat vrouwen zich er ook schuldig aan kunnen maken?

‘‘Ik denk van niet. Het heeft namelijk te maken met het bestaan van een machtsrelatie tussen een man en een vrouw. Natuurlijk zijn er ook vrouwen die andere vrouwen onderbreken, maar dat heeft niet dezelfde consequenties als mansplaining tussen mannen en vrouwen. Een vrouw die een andere vrouw onderbreekt is vooral gewoon irritant, het impliceert niet dat vrouwen überhaupt maar beter hun mond kunnen houden.’’

Maar machtsverschillen reiken verder dan alleen de man-/vrouwverhouding. Betekent dit dan dat een directrice haar jongere stagiaire per definitie niet zou kunnen mansplainen?

‘‘Ja, dat zou eigenlijk wel kunnen. Dan is er namelijk een machtsverschil in de zin van generaties. Oudere mensen onderschatten soms de kennis van jongeren, op die manier kunnen zij ook mansplainen. Het belangrijkste is dat er een machtsrelatie bestaat waarbij de ene partij een sterkere positie in de samenleving heeft dan de andere (man-vrouw, oud-jong, wit-zwart), en de kennis van de andere partij onderschat wordt. In de huidige samenleving hebben mannen echter bijna altijd een machtspositie ten opzichte van vrouwen, de rollen zullen dus niet zo snel omgedraaid worden.’’

Het klinkt toch alsof men een beetje op eierschalen moet lopen. Uiteindelijk kom je soms in een situatie waarin je een ander iets wil uitleggen. Wat is de grens tussen mansplaining en explaining?

‘‘Het heeft eigenlijk te maken met een verschil in kennis. Als de man echt veel meer kennis heeft dan de vrouw, dan is het gewoon explaining. Er is pas sprake van mansplaining als de man en vrouw over het onderwerp gelijke kennis hebben en de man haar opmerkingen in de wind slaat, of als de vrouw significant méér kennis heeft. Ook neigt iets meer naar mansplaining als de ander niet gevraagd heeft om uitleg.’’

Op Twitter delen vrouwen massaal hun ervaringen onder de hashtag #mansplaining. De meest hilarische, maar eigenlijk ook trieste voorbeelden doen de kop op. Dat kennisverschil waar Garjan het over heeft, komt in deze voorbeelden vaak naar voren. Hieruit wordt wel duidelijk dat de grens tussen mansplaining en explaining regelmatig wordt overschreden.

Mansplaining
Mansplaining
Mansplaining
Oké, Garjan, mansplaining is dus écht een ding. Maar denk je dat de term wel alle nuance vat die we vandaag hebben besproken? Werkt het niet polariserend?

‘‘Op het moment dat je iets niet kunt benoemen, kun je er ook niks tegen doen. Mansplaining zélf is juist polariserend, door een verschil in kennen en kunnen te creëren tussen mannen en vrouwen. Daar is gewoon een term aan geplakt. Die achterliggende polariserende situatie moet juist opgelost worden, je verandert daar niks aan door de term te mijden.’’

Dit bevestigt ook socioloog Soraya Chemaly in haar boek ‘Fonkelend van woede’. Zij schrijft: ‘‘Als kritiek geleverd wordt op de toon waarop iets gezegd wordt, kan men de inhoud omzeilen.’’ Oftewel: als je discussie gaat voeren over het gebruik van de term mansplaining, hoef je geen aandacht te besteden aan het daadwerkelijke fenomeen. Dit wordt ook wel tone policing of vormkritiek genoemd. Het is het weapon of choice van een zwak onderlegde tegenstander, een leeg argument. 

Op het moment dat je iets niet kunt benoemen, kun je er ook niks tegen doen

Lachen is het beste medicijn

Ik vroeg Garjan wat ik zou moeten doen als ik geconfronteerd word met een mansplainer, zij is immers de expert. Ze slaat haar hand voor haar mond en zegt: ‘‘Oh jee, dat is een moeilijke vraag.’’ Ze legt uit dat je in zo’n situatie vaak namelijk helemaal stomgeslagen bent.

Dat herkende ik: toen die man mij probeerde uit te leggen hoe ik mijn eigen naam moest uitspreken, was ik mijn tong verloren. Net als mijn vrienden destijds, schoot ook Garjan in de lach om dit verhaal. ‘‘Lachen met je vrienden is eigenlijk de beste reactie. Maar soms sta je er alleen voor en het is lastig om op het juiste moment zo scherp uit de hoek te komen – zeker als je van jezelf minder ad rem bent.’’

Garjan benadrukt dat je vooral niet té beleefd moet blijven. ‘‘Sta jezelf toe om voor jezelf op te komen, wees niet bang om de sfeer te verpesten. De sfeer ís namelijk voor jou al verpest. Je kunt bovendien altijd terugkomen op een situatie, geef achteraf aan dat je het niet prettig vond.’’

Met een goede dosis spot en zonder blad voor de mond kom je dus een heel eind, dat is iets om mee te nemen voor in de toekomst. Ook uit de ervaring met de mansplainende man heb ik toch nog iets gehaald. Mijn vrienden noemen me tegenwoordig namelijk liefkozend ‘Zjies’, als bijnaam. Ik moet bekennen dat het me wel begint te bekoren. Heeft de beste man toch nog iéts toegevoegd met zijn ongevraagde opmerking.