Dit artikel is onderdeel van onze campagneweek ‘Ode aan de Ondernemer‘. Ter viering van ons vijfjarig bestaan proberen we meer aandacht te besteden aan de haken en ogen van gendergelijkheid in het ondernemerschap. In dit artikel duiken we in een van de belangrijkste fenomenen op dit vlak: de investeringskloof.

Ruim een derde van de Nederlandse ondernemers is een vrouw. Hoewel dat getal in de laatste jaren alleen maar is toegenomen, is triomfantelijk gejuich voorbarig. Van het investeringsgeld dat er in ons kikkerlandje omgaat – dé aanjager van zakelijke groei – belandt namelijk nog geen twee procent in de portemonnee van female founders. En dat heeft niet alleen grote consequenties voor hen, maar óók voor de maatschappij als geheel. Grootse dromen zijn niet voorbehouden aan het mannelijke deel van de maatschappij, dus waarom zou enkel die helft ze mogen omzetten in daden?

Geld moet rollen (maar welke kant rolt het op?)

Ons vlakke landje loopt over van de kloven: de loonkloof, de pensioenkloof, maar ook de minder bekende investeringskloof. Wat de laatstgenoemde inboet op naamsbekendheid, compenseert het qua formaat. Want wie al vond dat 13,7% minder centen op het salarisstrookje oneerlijk is, mag zich heel gauw boos gaan maken over het feit dat ruim 91% van de investeringen naar mannelijke ondernemers gaat. 

7% gaat naar een onderneming met een gemêleerd bestuur en slechts 1,8% (!) verdwijnt in de schatkist van een bedrijf met een vrouwelijke ceo, blijkt uit onderzoek van investeerders Janneke Niessen en Eva de Mol. Bovendien is het bedrag dat start-ups met vrouwelijke oprichters ophalen een opvallend stuk lager. Waar mannelijke teams zo’n €600.000 binnenkrijgen, is dat bij vrouwen gemiddeld €200.000.

Telkens hetzelfde liedje

Wie denkt dat de wereld van het durfkapitaal en de fondsenwerving volgens de eigen regels speelt, heeft het mis. Tenminste, als het op gendergelijkheid aankomt. Ook bij de investeringskloof lopen vrouwen tegen de klassieke obstakels aan. Dat vrouwen hun bedrijf moeten combineren met de hoofdverantwoordelijkheid voor onbetaalde zorgtaken, maakt mede dat zij vaker dan mannen een kleine onderneming hebben óf solo-entrepeneur zijn. 

Bovendien kiezen ze door die complexe jongleeract met verantwoordelijkheden vaak voor de zorg, het onderwijs of bijvoorbeeld het runnen van een webshop. Stuk voor stuk keuzes die hen vanwege het beperkte groeipotentieel en lagere financieringsbehoefte minder aantrekkelijk maken voor investeerders, vertelt universitair docent Organisatiekunde Martine Coun.

Zoals bij veel gendergerelateerde vraagstukken, is ook hier sprake van een hardnekkige vicieuze cirkel. Het relatief lage aandeel vrouwen in het ondernemersveld heeft automatisch een tekort aan vrouwelijke rolmodellen tot gevolg, onderstreept Coun. En dat terwijl voorbeeldfiguren het enige levende bewijs zijn dat óók mensen die afwijken van het stereotiepe beeld wel degelijk ondernemerssucces kunnen behalen. 

investeringskloof
Eerst zien, dan geloven

Zolang de top van de ondernemerswereld worden geregeerd door witte mannen van middelbare leeftijd, zullen alleen witte mannen en jongens geloven dat zo’n positie voor hen is weggelegd. “If you can see it, you can be it” is immers het gedachtegoed waarmee Feminer al vijf jaar lang verbinding tussen rolmodellen en jonge vrouwen faciliteert.

Dat starre stereotype heeft zich ook diep in het hoofd van de mensen aan de ándere kant van de tafel, de investeerders, genesteld. Zo blijkt uit onderzoek dat mannen en vrouwen bij het pitchen volstrekt andere vragen voor de voeten geworpen krijgen: waar mannelijke ondernemers vragen krijgen over hun groeipotentieel, worden vrouwen bevraagd over potentiële beren op de weg. Niet gek als je bedenkt dat 93,5% van de mensen die de poen mogen verdelen, een man is. Zelfs wanneer de inhoud van de pitches identiek is, blijken mannelijke investeerders een voorkeur te hebben voor ondernemers die op hen lijken.

waar mannelijke ondernemers vragen krijgen over hun groei potentieel, worden vrouwen bevraagd over potentiële beren op de weg

Wie betaalt, bepaalt

Ondernemers staan in de voorhoede van maatschappelijke innovatie en bepalen welke ideeën en producten het tot de schappen schoppen. Dat vrouwen, maar ook andere gemarginaliseerde groepen, in de minderheid zijn, zien we dus direct terug op de markt. Als alleen witte mannen aan de kapitalistische knoppen mogen draaien, hadden we wellicht nog tig jaar kunnen blijven wachten op chemicaliën-vrije menstruatieproducten, maar kwamen we wel om in de autopoets. 

Hoewel het aantal female founders sinds 2016 met bijna 30% is gestegen, trekken vrouwen knaak-technisch nog altijd aan het kortste eind. Deze financiële ontmoediging heeft dus niet alleen gevolgen voor deze vrouwen zelf, maar ook voor onze samenleving an sich. In een wereld waarin vraag en aanbod bepalen welke oplossingen en innovaties worden aangedragen, is het van levensbelang dat zoveel mogelijk uiteenlopende perspectieven worden meegenomen in dat proces. Daarbij komt dat diversiteit loont: uit onderzoek van McKinsey blijkt dat diverse teams 25% meer geneigd zijn om bovengemiddelde winstcijfers te genereren

het is van levensbelang dat uiteenlopende perspectieven worden meegenomen in het innovatieproces

Gendergelijk investeren valt (gelukkig) te leren

Thank god is het geen revolutionaire gedachte om deze schrijnende cijfers te willen veranderen en staan we er bij Feminer niet alleen voor. Zo hebben Eva de Mol en Janneke Niessen hun eigen venture capital bedrijf opgericht, CapitalT, dat hoofdzakelijk bestaat uit vrouwelijke investeerders. Ze zijn eveneens aangesloten bij #Fundright, een initiatief van investeringsbedrijven die beloven dat zowel hun eigen managementteams als die van hun portfoliobedrijven voor in elk geval 35% uit vrouwen bestaan.

Zo werken we gezamenlijk stukje bij beetje toe naar een ondernemersklimaat waarin íedereen wordt gehoord. Een ambitieus doel, dat zeker, maar aan ambitie heeft het ons als ondernemers nooit ontbroken.