In het liedje ‘Miss Independent’ van Ne-Yo klonk in 2008 al een lofzang naar alle onafhankelijke vrouwen. ‘’Car and a crib, she ’bout to pay ’em both off. And her bills are paid on time’’. Met deze lyrics slaat Ne-Yo de spijker op de kop. Dat vrouwen hun eigen bills betalen en daarmee financieel onafhankelijk zijn, is namelijk iets wat we moeten toejuichen. Voor onze campagne ‘Baas in Eigen Buidel’ dook Feminer in het diepste van dit onderwerp. Want waarom zijn veel vrouwen eigenlijk nog niet financieel onafhankelijk, en wat kunnen wij daaraan doen?  

Economische zelfstandigheid en financiële onafhankelijkheid

Voordat je je in een discussie stort, is het handig om je terminologie op een rijtje te hebben. De kans bestaat, dat je ‘economische zelfstandigheid’ en ‘financiële onafhankelijkheid’ als synoniemen ziet. Maar er is een aantal verschillen tussen de twee. 

Economische zelfstandigheid

Iemand is economisch zelfstandig wanneer deze persoon maandelijks minstens 70% van het wettelijke netto minimumloon verdient, oftewel het bijstandsniveau (990 euro). 

Financiële onafhankelijkheid

Omdat 990 euro in de maand niet genoeg is om met kinderen van te leven, hanteert de overheid een tweede maat: financiële onafhankelijkheid. Daarbij ligt de drempelwaarde hoger: voor financiële onafhankelijkheid moet het verdiende inkomen minstens het minimumloon (1410 euro per maand) bedragen.

  • Aantal economisch zelfstandige vrouwen 64% 64%
  • Aantal economisch zelfstandige mannen 82% 82%
  • Aantal financieel onafhankelijke vrouwen 53% 53%
  • Aantal financieel onafhankelijke mannen 64% 64%

Het pijnlijke verschil tussen mannen en vrouwen komt vooral om de hoek kijken op het moment dat een (heteroseksueel) koppel uit elkaar gaat. Vrouwen die scheidden gingen gemiddeld in koopkracht achteruit, waar mannen juist koopkrachtwinst maakten! In het verlengde hiervan hebben niet-economische zelfstandige vrouwen na een scheiding wel 37,7% kans om in armoede terecht te komen. Dit is een groot probleem, zeker wanneer je weet dat één op de vier huwelijken strandt. Voor financieel onafhankelijke vrouwen is die kans maar 3%. Om een veilige financiële toekomst te garanderen, is het dus heel belangrijk voor vrouwen dat zij financieel onafhankelijk worden van hun partner. Maar waarom is dat voor veel vrouwen nu dan nog niet de realiteit?

Deeltijdprinsesjes? Wat dacht je van niet-beloonde voltijdwerkers?

Een van de redenen dat vrouwen niet financieel afhankelijk zijn, is dat veel vrouwen in Nederland (70%) deeltijd werken. Hoewel dit volgens sommigen luie ‘deeltijdprinsesjes’ zijn die geen zin hebben om te werken, gaat hier een tal van andere oorzaken achter schuil. Ten eerste zijn veel vrouwen namelijk werkzaam in sectoren waar deeltijdcontracten de norm zijn, zoals de zorg en het onderwijs. Al wil je dus wél voltijd werken, dan kan dat in die sectoren niet altijd. Bovendien gelden er ongunstige verlofregelingen. Als een man na de geboorte van zijn kind partnerverlof opneemt, krijgt hij namelijk maar 70% van zijn loon uitbetaald. Vrouwen krijgen bij zwangerschapsverlof wél de volle 100%. Direct na de geboorte van een kind wordt er dus al een bepaalde boodschap afgegeven: de vrouw blijft thuis, de man gaat aan het werk. Dat is immers financieel het voordeligst. 

Daarnaast is kinderopvang erg duur. Voor veel gezinnen is het voordeliger als één ouder de zorgtaken op zich neemt, dan wanneer diezelfde ouder werkt en een extern iemand voor de zorgtaken wordt aangenomen. Nu denk je misschien: “dat betekent toch niet dat een vrouw dat moet doen? Ze heeft toch nog steeds een keuze?’’ Dat klopt, maar zelfs in 2022 spelen hardnekkige genderrollen nog mee in dit proces. Uit onderzoek van het SCP blijkt namelijk dat 80% van de Nederlanders vindt dat moeders van nog niet-schoolgaande kinderen drie dagen of korter zouden moeten werken om de zorg op zich te nemen. Slechts 35% procent van alle Nederlanders vindt dat dit ook voor vaders geldt. Mag jij drie keer raden op wie die zorg dan dus terecht komt. 

Van luie deeltijdprinsjes is hier ook helemaal geen sprake; zowel mannen als vrouwen werken namelijk 7,1 uur per dag. Hiervan gaat een deel naar betaald werk (bijvoorbeeld je baan) en een deel naar onbetaald werk, zoals het huishouden. Van deze 7,1 uur gaat er bij vrouwen meer tijd naar de onbetaalde zorgtaken in huis. Dit zijn taken waar je ieder ander, zoals de schoonmaker, oppas, tuinman of wasserette, wel voor zou betalen. Deze vrouwen verrichten dus eigenlijk ‘gratis’ arbeid, wat hun financiële afhankelijkheid in de hand werkt.

Direct na de geboorte van een kind wordt al een bepaalde boodschap afgegeven: de vrouw blijft thuis, de man gaat aan het werk. Dat is immers financieel het voordeligst. 

Loonkloof en de wet van Sullerot

Wat ook niet meehelpt, is dat veel vrouwen in sectoren werken die lagere lonen uitbetalen. Dit heeft te maken met de wet van Sullerot. Volgens dit principe daalt het gemiddelde loon in een sector, naarmate er meer vrouwen in die sector gaan werken. Hoe meer vrouwen in een door mannen gedomineerde beroepsgroep gaan werken, des te minder aanzien het werk krijgt, waarmee de beloning ook daalt. Dat werkt sowieso al een loonkloof in de hand, maar zelfs als je dit meeneemt in de berekening blijft er nog een onverklaarbaar verschil van 5 à 7% over. 

In conclusie ziet het er dus niet fraai uit. Vrouwen werken vaak in sectoren met lagere lonen en deeltijdcontracten, krijgen minder betaald dan hun mannelijke collega’s en besteden meer tijd aan het (onbetaalde) werk in het huishouden, dan aan betaald werk. Niet gek dat dit ervoor zorgt dat veel vrouwen niet financieel onafhankelijk zijn. Maar wat kunnen we hier aan doen?

Baas in eigen buidel

Om vrouwen te behoeden voor armoede, is het heel belangrijk dat zij baas worden in eigen buidel. Dit kunnen we op een aantal manieren en op verschillende niveaus bewerkstelligen. Ten eerste moet er een omslag worden gemaakt op beleidsniveau. De regeling dat bijvoorbeeld alleen vrouwen 100% uitbetaald krijgen bij verlof van de geboorte van een kind, is echt niet meer van deze tijd. Een man is óók verantwoordelijk voor het kind, en dat moet doorklinken in de regels die er gehanteerd worden. Dat brengt ons meteen op het tweede punt: ook dient er een maatschappelijke cultuuromslag plaats te vinden op dit gebied. Weg met de culturele norm dat vrouwen meer zorgtaken zouden moeten verrichten! Natuurlijk is iedere vrouw vrij om hiervoor te kiezen, maar het zou niet van haar verwacht moeten worden.

Ook voor vrouwen zelf is hier een rol weggelegd. Te weinig vrouwen zijn ervan op de hoogte dat het gevaar op financiële afhankelijkheid, en dus een groter risico op armoede, in een klein hoekje zit. Er moet bewustwording worden gecreëerd onder deze groep, zodat ook zij actie kunnen ondernemen. Zoals we hebben gezien is de scheve onderlinge verdeling van (on)betaalde werkuren een belangrijke oorzaak van financiële afhankelijkheid. Een stevig gesprek met je partner over hoe dit anders verdeeld zou kunnen worden, zou hier verandering in kunnen brengen.

Weg met de culturele norm dat vrouwen meer zorgtaken zouden moeten verrichten! 

Het kan natuurlijk ook zo zijn dat je deze verdeling helemaal niet wíl aanpassen, omdat je simpelweg liever de zorgtaken op je neemt. Hoewel je daarmee financieel afhankelijk bent van je partner, zijn er ook voor deze vrouwen oplossingen om ervoor te zorgen dat je na een eventuele scheiding of break-up niet in een financieel gat valt. Laat je eens informeren door een advocaat of notaris, over hoe je dit van tevoren juridisch dicht kan timmeren. Voor wat, hoort wat. 

Het aangaan van deze gesprekken kan lastig zijn. Over geld praat je namelijk niet en wie vraagt wordt overgeslagen. Fijn, die oer-Hollandse gebruiken. Maar als je financiële onafhankelijkheid daardoor als een pot met goud aan het einde van de regenboog staat, is dat het zeker waard. Dus, let’s talk money (with your honey). 

Dit artikel is onderdeel van de campagneweek ‘Baas in Eigen Buidel’ en tot stand gekomen in samenwerking met Aegon.